Fokprogramma’s
Fokprogramma
Doel van het fokprogramma
Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel katten uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de raspopulatie te behouden.
In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en katten die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.
Rasfiche
Verplichte prestatieonderzoeken
| Methode: | BAER test |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf 6 weken |
| Methode: | Echocardiografie |
|---|---|
| Frequentie: | 2 jaar geldig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar |
| Methode: | DNA test (variant: CEP290: c.7584+9T>G) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
Fokadvies
Fokadvies per prestatieonderzoek
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Andere dan witte kat | Andere dan witte kat | Positief |
| Andere dan witte kat | Witte kat W-locus vrij | Positief |
| Andere dan witte kat | Witte kat BAER normaal | Positief |
| Witte kat W-locus vrij | Witte kat W-locus vrij | Positief |
| Witte kat W-locus vrij | Witte kat BAER normaal | Positief |
| Witte kat BAER normaal | Witte kat BAER normaal | Positief |
BAER-test is enkel verplicht voor volledig witte katten die het W-locus-gen dragen. DNA test mogelijk voor W-locus gen.
De screening op doofheid gebeurt door middel van een Brainstem Auditory Evoked Response (BAER) test.
- normaal: normaal gehoor in beide oren
- unilateraal: volledig doof in één oor en normaal gehoor in het andere oor
- bilateraal: volledig doof in beide oren
- ongetest: er werd geen BAER-test uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Normaal | Normaal | Positief |
| Normaal | Verdacht | Voorwaardelijk positief |
- normaal: er zijn geen tekenen van HCM zichtbaar op de echocardiografie.
- verdacht: er zijn tekenen zichtbaar op de echocardiografie die mogelijks wijzen op HCM. De kat moet na 1 jaar opnieuw worden getest.
- aangetast: er zijn duidelijke tekenen van HCM zichtbaar op de echocardiografie.
- geen resultaat: er werd geen echocardiografie uitgevoerd.
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Drager | Positief |
| Vrij | Lijder | Positief |
| Vrij | Ongetest | Positief |
- vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
- drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
- lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
- ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.
Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.
Globaal fokadvies
Inteelt
Een poes mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.
De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.
Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een kater niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.
Onderzoeken
De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.
Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.
Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:
- 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
- 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
- 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
- Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten
Verplichte prestatieonderzoeken
Algemene onderzoeken
| Test | Methode | Frequentie | Leeftijd | Overerving | Advies | Info | Formulier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Doofheid (BAER) | BAER test | Eenmalig | vanaf 6 weken | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Doofheid (BAER)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kat: DoofheidBAER-test is enkel verplicht voor volledig witte katten die het W-locus-gen dragen. DNA test mogelijk voor W-locus gen. De screening op doofheid gebeurt door middel van een Brainstem Auditory Evoked Response (BAER) test.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) | Echocardiografie | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Hypertrofische cardiomyopathie (HCM)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kat: Hypertrofische cardiomyopathie
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Progressieve retina atrofie (PRA-rdAc) CEP290: c.7584+9T>G | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Progressieve retina atrofie (PRA-rdAc)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Globaal advies
Doel van het fokprogramma
Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel katten uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de raspopulatie te behouden.
In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en katten die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.
Inteelt
Een poes mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.
De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.
Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een kater niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.
Onderzoeken
De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.
Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.
Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:
- 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
- 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
- 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
- Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten