Fokprogramma’s

Begin te typen om de rassenlijst te verkleinen.
Wissen
Gekozen fokprogramma: Kat › Javanees

Fokprogramma

Naam ras/variëteit

Javanees

Doel van het fokprogramma

Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel katten uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de raspopulatie te behouden.

In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en katten die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.

Rasfiche

Verplichte prestatieonderzoeken

Aandoening: Multi drug gevoeligheid (MDR1)
Methode: DNA test (variant: ABCB1: c.1930_1931del)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Progressieve retina atrofie (PRA-rdAc)
Methode: DNA test (variant: CEP290: c.7584+9T>G)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief

Aanbevolen prestatieonderzoeken

Aandoening: Heupdysplasie (HD)
Methode: RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:minimum 1 jaar (laxiteitsopnames: min. 6 maand)
Aandoening: Patellaluxatie (PL)
Methode: Palpatie knieschijf
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:minimum 1 jaar

Fokadvies

Fokadvies per prestatieonderzoek

Autosomaal recessieve aandoeningen via DNA test
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijDragerPositief
VrijLijderPositief
VrijOngetestPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Heupdysplasie (HD) via RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
Categorie ACategorie APositief
Categorie ACategorie BPositief
Categorie AMinimaal risicoPositief
Categorie ALaag risicoPositief
Categorie BMinimaal risicoPositief
Categorie BLaag risicoPositief
Minimaal risicoMinimaal risicoPositief
Minimaal risicoLaag risicoPositief
Minimaal risicoHoog risicoPositief
Laag risicoLaag risicoPositief
Categorie BCategorie BVoorwaardelijk positief
Laag risicoHoog risicoVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • laxiteitsindex:
    • minimaal risico: LI < 0,30. Er is een minimaal risico op heupdysplasie.
    • laag risico: LI 0,30 - 0,49. Er is een laag risico op heupdysplasie.
    • hoog risico: LI 0,50 - 0,69. Er is een hoog risico op heupdysplasie.
    • zeer hoog risico: LI ≥ 0,70. Er is een zeer hoog risico op heupdysplasiegraad.
    • ongetest: Er werd geen testen uitgevoerd.
  • Indien gewerkt wordt met het classificatiesysteem van Pawpeds moet volgende omzetting gehanteerd worden:
    • Graad 0 = Categorie A FCI
    • Graad 1 = Categorie B FCI
    • Graad 2 = Categorie C FCI
    • Graad 3 = Categorie D/E FCI
Raadpleeg de website van de Pawpeds/FCI voor een gedetailleerde omschrijving.

Katten met artrose mogen niet ingezet worden in de fok.

De heup met de slechtste waarde dient als eindresultaat voor het dier.

Laxiteitsopnames zijn verplicht voor in België geregistreerde katten, geboren vanaf 1 januari 2025.

Patellaluxatie (PL) via Palpatie knieschijf
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
Graad 0Graad 0Positief
Graad 0Graad 1Positief
Graad 0Graad 2Positief
Graad 1Graad 1Positief
Graad 1Graad 2Voorwaardelijk positief
Graad 2Graad 2Voorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • graad 0: Normaal.
  • graad 1: Patella kan handmatig worden geluxeerd, maar keert terug naar de normale positie wanneer deze wordt losgelaten.
  • graad 2: Patella luxeert bij knieflexie of bij manuele manipulatie en keert enkel terug naar de normale positie na knie-extensie of manuele terugplaatsing.
  • graad 3: Patella is voortdurend geluxeerd en kan handmatig worden teruggeplaatst, maar zal opnieuw spontaan luxeren wanneer de handmatige druk wordt verwijderd.
  • graad 4: Patella is voortdurend geluxeerd en kan niet handmatig worden teruggeplaatst.
  • ongetest: er werd geen onderzoek uitgevoerd

de graad van de sterkst aangetaste knie geldt als eindgraad voor het dier

Globaal fokadvies

Inteelt

Een poes mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.

De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.

Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een kater niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.

Onderzoeken

De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.

Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.

Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:

  • 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
  • 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
  • 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
  • Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten

Verplichte prestatieonderzoeken

Algemene onderzoeken

Test Methode Frequentie Leeftijd Overerving Advies Info Formulier
Multi drug gevoeligheid (MDR1) ABCB1: c.1930_1931del DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Multi drug gevoeligheid (MDR1)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Progressieve retina atrofie (PRA-rdAc) CEP290: c.7584+9T>G DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Progressieve retina atrofie (PRA-rdAc)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Aanbevolen prestatieonderzoeken

Algemene onderzoeken

Test Methode Frequentie Leeftijd Overerving Advies Info Formulier
Heupdysplasie (HD) RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP) Eenmalig minimum 1 jaar (laxiteitsopnames: min. 6 maand) multifactorieel

Onderzoek: Heupdysplasie (HD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Categorie
A
Categorie
B
Categorie
C
Categorie
D
Categorie
E
Minimaal
risico
Laag
risico
Hoog
risico
Zeer
hoog
risico
Ongetest
Categorie
A
OK OK NEE NEE NEE OK OK NEE NEE NEE
Categorie
B
OK VW NEE NEE NEE OK OK NEE NEE NEE
Categorie
C
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Categorie
D
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Categorie
E
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Minimaal
risico
OK OK NEE NEE NEE OK OK OK NEE NEE
Laag
risico
OK OK NEE NEE NEE OK OK VW NEE NEE
Hoog
risico
NEE NEE NEE NEE NEE OK VW NEE NEE NEE
Zeer
hoog
risico
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE

Kat: Heupdysplasie

  • laxiteitsindex:
    • minimaal risico: LI < 0,30. Er is een minimaal risico op heupdysplasie.
    • laag risico: LI 0,30 - 0,49. Er is een laag risico op heupdysplasie.
    • hoog risico: LI 0,50 - 0,69. Er is een hoog risico op heupdysplasie.
    • zeer hoog risico: LI ≥ 0,70. Er is een zeer hoog risico op heupdysplasiegraad.
    • ongetest: Er werd geen testen uitgevoerd.
  • Indien gewerkt wordt met het classificatiesysteem van Pawpeds moet volgende omzetting gehanteerd worden:
    • Graad 0 = Categorie A FCI
    • Graad 1 = Categorie B FCI
    • Graad 2 = Categorie C FCI
    • Graad 3 = Categorie D/E FCI
Raadpleeg de website van de Pawpeds/FCI voor een gedetailleerde omschrijving.

Katten met artrose mogen niet ingezet worden in de fok.

De heup met de slechtste waarde dient als eindresultaat voor het dier.

Laxiteitsopnames zijn verplicht voor in België geregistreerde katten, geboren vanaf 1 januari 2025.

Patellaluxatie (PL) Palpatie knieschijf Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Patellaluxatie (PL)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Graad
0
Graad
1
Graad
2
Graad
3
Graad
4
Ongetest
Graad
0
OK OK OK NEE NEE NEE
Graad
1
OK OK VW NEE NEE NEE
Graad
2
OK VW VW NEE NEE NEE
Graad
3
NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Graad
4
NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE NEE NEE

Kat: Patellaluxatie

  • graad 0: Normaal.
  • graad 1: Patella kan handmatig worden geluxeerd, maar keert terug naar de normale positie wanneer deze wordt losgelaten.
  • graad 2: Patella luxeert bij knieflexie of bij manuele manipulatie en keert enkel terug naar de normale positie na knie-extensie of manuele terugplaatsing.
  • graad 3: Patella is voortdurend geluxeerd en kan handmatig worden teruggeplaatst, maar zal opnieuw spontaan luxeren wanneer de handmatige druk wordt verwijderd.
  • graad 4: Patella is voortdurend geluxeerd en kan niet handmatig worden teruggeplaatst.
  • ongetest: er werd geen onderzoek uitgevoerd

de graad van de sterkst aangetaste knie geldt als eindgraad voor het dier

Globaal advies

Doel van het fokprogramma

Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel katten uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de raspopulatie te behouden.

In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en katten die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.

Inteelt

Een poes mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.

De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.

Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een kater niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.

Onderzoeken

De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.

Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.

Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:

  • 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
  • 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
  • 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
  • Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten