Fokprogramma’s
Fokprogramma
Doel van het fokprogramma
Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel katten uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de raspopulatie te behouden.
In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en katten die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.
Rasfiche
Verplichte prestatieonderzoeken
Aanbevolen prestatieonderzoeken
| Methode: | RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar (laxiteitsopnames: min. 6 maand) |
| Methode: | Echocardiografie |
|---|---|
| Frequentie: | 2 jaar geldig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar |
| Methode: | Palpatie knieschijf |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar |
| Methode: | Echografie |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar |
Fokadvies
Fokadvies per prestatieonderzoek
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Categorie A | Categorie A | Positief |
| Categorie A | Categorie B | Positief |
| Categorie A | Minimaal risico | Positief |
| Categorie A | Laag risico | Positief |
| Categorie B | Minimaal risico | Positief |
| Categorie B | Laag risico | Positief |
| Minimaal risico | Minimaal risico | Positief |
| Minimaal risico | Laag risico | Positief |
| Minimaal risico | Hoog risico | Positief |
| Laag risico | Laag risico | Positief |
| Categorie B | Categorie B | Voorwaardelijk positief |
| Laag risico | Hoog risico | Voorwaardelijk positief |
- laxiteitsindex:
- minimaal risico: LI < 0,30. Er is een minimaal risico op heupdysplasie.
- laag risico: LI 0,30 - 0,49. Er is een laag risico op heupdysplasie.
- hoog risico: LI 0,50 - 0,69. Er is een hoog risico op heupdysplasie.
- zeer hoog risico: LI ≥ 0,70. Er is een zeer hoog risico op heupdysplasiegraad.
- ongetest: Er werd geen testen uitgevoerd.
- Indien gewerkt wordt met het classificatiesysteem van Pawpeds moet volgende omzetting gehanteerd worden:
- Graad 0 = Categorie A FCI
- Graad 1 = Categorie B FCI
- Graad 2 = Categorie C FCI
- Graad 3 = Categorie D/E FCI
Katten met artrose mogen niet ingezet worden in de fok.
De heup met de slechtste waarde dient als eindresultaat voor het dier.
Laxiteitsopnames zijn verplicht voor in België geregistreerde katten, geboren vanaf 1 januari 2025.
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Normaal | Normaal | Positief |
| Normaal | Verdacht | Voorwaardelijk positief |
- normaal: er zijn geen tekenen van HCM zichtbaar op de echocardiografie.
- verdacht: er zijn tekenen zichtbaar op de echocardiografie die mogelijks wijzen op HCM. De kat moet na 1 jaar opnieuw worden getest.
- aangetast: er zijn duidelijke tekenen van HCM zichtbaar op de echocardiografie.
- geen resultaat: er werd geen echocardiografie uitgevoerd.
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Graad 0 | Graad 0 | Positief |
| Graad 0 | Graad 1 | Positief |
| Graad 0 | Graad 2 | Positief |
| Graad 1 | Graad 1 | Positief |
| Graad 1 | Graad 2 | Voorwaardelijk positief |
| Graad 2 | Graad 2 | Voorwaardelijk positief |
- graad 0: Normaal.
- graad 1: Patella kan handmatig worden geluxeerd, maar keert terug naar de normale positie wanneer deze wordt losgelaten.
- graad 2: Patella luxeert bij knieflexie of bij manuele manipulatie en keert enkel terug naar de normale positie na knie-extensie of manuele terugplaatsing.
- graad 3: Patella is voortdurend geluxeerd en kan handmatig worden teruggeplaatst, maar zal opnieuw spontaan luxeren wanneer de handmatige druk wordt verwijderd.
- graad 4: Patella is voortdurend geluxeerd en kan niet handmatig worden teruggeplaatst.
- ongetest: er werd geen onderzoek uitgevoerd
de graad van de sterkst aangetaste knie geldt als eindgraad voor het dier
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Normaal | Normaal | Positief |
- normaal: er zijn geen tekenen van PKD zichtbaar op de echografie.
- verdacht: er zijn zeer geringe afwijkingen zichtbaar op echografie die mogelijk passen bij het beeld van PKD. Deze zijn echter onvoldoende specifiek.
- aangetast: er zijn tekenen van PKD zichtbaar op de echografie.
- geen resultaat: er werd geen echografie van de nieren uitgevoerd.
Globaal fokadvies
Inteelt
Een poes mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.
De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.
Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een kater niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.
Onderzoeken
De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.
Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.
Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:
- 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
- 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
- 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
- Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten
Verplichte prestatieonderzoeken
Aanbevolen prestatieonderzoeken
Algemene onderzoeken
| Test | Methode | Frequentie | Leeftijd | Overerving | Advies | Info | Formulier | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Heupdysplasie (HD) | RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP) | Eenmalig | minimum 1 jaar (laxiteitsopnames: min. 6 maand) | multifactorieel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Heupdysplasie (HD)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kat: Heupdysplasie
Katten met artrose mogen niet ingezet worden in de fok. De heup met de slechtste waarde dient als eindresultaat voor het dier. Laxiteitsopnames zijn verplicht voor in België geregistreerde katten, geboren vanaf 1 januari 2025. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) | Echocardiografie | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | multifactorieel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Hypertrofische cardiomyopathie (HCM)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kat: Hypertrofische cardiomyopathie
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Patellaluxatie (PL) | Palpatie knieschijf | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Patellaluxatie (PL)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kat: Patellaluxatie
de graad van de sterkst aangetaste knie geldt als eindgraad voor het dier |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Polycystic kidney disease (PKD) | Echografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Polycystic kidney disease (PKD)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kat: Polycystic kidney disease
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Globaal advies
Doel van het fokprogramma
Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel katten uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de raspopulatie te behouden.
In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en katten die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.
Inteelt
Een poes mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.
De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.
Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een kater niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.
Onderzoeken
De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.
Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.
Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:
- 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
- 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
- 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
- Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten