Fokprogramma’s

Begin te typen om de rassenlijst te verkleinen.
Wissen
Gekozen fokprogramma: Kat › Ragdoll

Fokprogramma

Naam ras/variëteit

Ragdoll

Doel van het fokprogramma

Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel katten uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de raspopulatie te behouden.

In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en katten die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.

Rasfiche

Verplichte prestatieonderzoeken

Aandoening: Hypertrofische cardiomyopathie (HCM)
Methode: Echocardiografie + indien hartruis (vanaf graad 1) Echocardiografie
Frequentie:2 jaar geldig
Leeftijd:minimum 1 jaar
Aandoening: Polycystic kidney disease (PKD)
Methode: Echografie
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:minimum 1 jaar

Aanbevolen prestatieonderzoeken

Aandoening: Polycystic kidney disease 1 (PKD 1)
Methode: DNA test (variant: PKD 1: c.9882C>A)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal dominant

Fokadvies

Fokadvies per prestatieonderzoek

Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) via Echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
NormaalNormaalPositief
NormaalVerdachtVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • normaal: er zijn geen tekenen van HCM zichtbaar op de echocardiografie.
  • verdacht: er zijn tekenen zichtbaar op de echocardiografie die mogelijks wijzen op HCM. De kat moet na 1 jaar opnieuw worden getest.
  • aangetast: er zijn duidelijke tekenen van HCM zichtbaar op de echocardiografie.
  • geen resultaat: er werd geen echocardiografie uitgevoerd.
Hypertrofische cardiomyopathie 3 (HCM 3) via DNA test
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: Het dier heeft 2 normale genkopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. De dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen.
  • heterozygote lijder: Het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") genkopij. Het wordt beschouwd als "heterozygote lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Heterozygote lijders hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen, die op hun beurt ook symptomen zullen ontwikkelen.
  • homozygoot lijder: Het dier heeft 2 variante ("aangetaste") genkopijen. Het wordt beschouwd als "homozygoot lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Homozygote lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen,die op hun beurt ook symptomen zullen ontwikkelen.
  • Ongetest: er werd geen DNA-test uitgevoerd.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Polycystic kidney disease (PKD) via Echografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
NormaalNormaalPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • normaal: er zijn geen tekenen van PKD zichtbaar op de echografie.
  • verdacht: er zijn zeer geringe afwijkingen zichtbaar op echografie die mogelijk passen bij het beeld van PKD. Deze zijn echter onvoldoende specifiek.
  • aangetast: er zijn tekenen van PKD zichtbaar op de echografie.
  • geen resultaat: er werd geen echografie van de nieren uitgevoerd.
Polycystic kidney disease 1 (PKD 1) via DNA test
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: Het dier heeft 2 normale genkopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. De dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen.
  • heterozygote lijder: Het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") genkopij. Het wordt beschouwd als "heterozygote lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Heterozygote lijders hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen, die op hun beurt ook symptomen zullen ontwikkelen.
  • homozygoot lijder: Het dier heeft 2 variante ("aangetaste") genkopijen. Het wordt beschouwd als "homozygoot lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Homozygote lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen,die op hun beurt ook symptomen zullen ontwikkelen.
  • Ongetest: er werd geen DNA-test uitgevoerd.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Globaal fokadvies

Inteelt

Een poes mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.

De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.

Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een kater niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.

Onderzoeken

De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.

Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.

Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:

  • 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
  • 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
  • 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
  • Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten

Verplichte prestatieonderzoeken

Algemene onderzoeken

Test Methode Frequentie Leeftijd Overerving Advies Info Formulier
Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) Echocardiografie 2 jaar geldig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Hypertrofische cardiomyopathie (HCM)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Normaal Verdacht Positief Ongetest
Normaal OK VW NEE NEE
Verdacht VW NEE NEE NEE
Positief NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE

Kat: Hypertrofische cardiomyopathie

  • normaal: er zijn geen tekenen van HCM zichtbaar op de echocardiografie.
  • verdacht: er zijn tekenen zichtbaar op de echocardiografie die mogelijks wijzen op HCM. De kat moet na 1 jaar opnieuw worden getest.
  • aangetast: er zijn duidelijke tekenen van HCM zichtbaar op de echocardiografie.
  • geen resultaat: er werd geen echocardiografie uitgevoerd.
Hypertrofische cardiomyopathie 3 (HCM 3) MYBPC3: c.2453C>T DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal dominant

Onderzoek: Hypertrofische cardiomyopathie 3 (HCM 3)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK NEE NEE NEE
Drager NEE NEE NEE NEE
Lijder NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE

autosomaal dominant

  • vrij: Het dier heeft 2 normale genkopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. De dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen.
  • heterozygote lijder: Het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") genkopij. Het wordt beschouwd als "heterozygote lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Heterozygote lijders hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen, die op hun beurt ook symptomen zullen ontwikkelen.
  • homozygoot lijder: Het dier heeft 2 variante ("aangetaste") genkopijen. Het wordt beschouwd als "homozygoot lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Homozygote lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen,die op hun beurt ook symptomen zullen ontwikkelen.
  • Ongetest: er werd geen DNA-test uitgevoerd.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Polycystic kidney disease (PKD) Echografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Polycystic kidney disease (PKD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Normaal Verdacht Positief Ongetest
Normaal OK NEE NEE NEE
Verdacht NEE NEE NEE NEE
Positief NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE

Kat: Polycystic kidney disease

  • normaal: er zijn geen tekenen van PKD zichtbaar op de echografie.
  • verdacht: er zijn zeer geringe afwijkingen zichtbaar op echografie die mogelijk passen bij het beeld van PKD. Deze zijn echter onvoldoende specifiek.
  • aangetast: er zijn tekenen van PKD zichtbaar op de echografie.
  • geen resultaat: er werd geen echografie van de nieren uitgevoerd.

Aanbevolen prestatieonderzoeken

Algemene onderzoeken

Test Methode Frequentie Leeftijd Overerving Advies Info Formulier
Polycystic kidney disease 1 (PKD 1) PKD 1: c.9882C>A DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal dominant

Onderzoek: Polycystic kidney disease 1 (PKD 1)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK NEE NEE NEE
Drager NEE NEE NEE NEE
Lijder NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE

autosomaal dominant

  • vrij: Het dier heeft 2 normale genkopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. De dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen.
  • heterozygote lijder: Het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") genkopij. Het wordt beschouwd als "heterozygote lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Heterozygote lijders hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen, die op hun beurt ook symptomen zullen ontwikkelen.
  • homozygoot lijder: Het dier heeft 2 variante ("aangetaste") genkopijen. Het wordt beschouwd als "homozygoot lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Homozygote lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen,die op hun beurt ook symptomen zullen ontwikkelen.
  • Ongetest: er werd geen DNA-test uitgevoerd.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Globaal advies

Doel van het fokprogramma

Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel katten uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de raspopulatie te behouden.

In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en katten die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.

Inteelt

Een poes mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.

De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.

Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een kater niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.

Onderzoeken

De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.

Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.

Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:

  • 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
  • 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
  • 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
  • Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten