Fokprogramma’s

Begin te typen om de rassenlijst te verkleinen.
Wissen
Gekozen fokprogramma: Hond › Duitse herder

Variëteiten

  • Langstokhaar
  • Stokhaar

Fokprogramma

Naam ras/variëteit

Duitse herder - Langstokhaar

Duitse herder - Stokhaar

Doel van het fokprogramma

Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel honden uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de ras populatie te behouden. In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en honden die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.

Variëteiten

  • Langstokhaar
  • Stokhaar

Rasfiche

Verplichte prestatieonderzoeken

Aandoening: Canine scott syndrome (CSS)
Methode: DNA test (variant: ANO6: c.1934+1G>A)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Degeneratieve myelopathie (DM)
Methode: DNA test (variant: SOD1: c.118G>A)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Elleboogdysplasie (ED)
Methode: RX (CT mag aanbevolen worden, maar is niet verplicht)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:minimum 1 jaar
Aandoening: Heupdysplasie (HD)
Methode: RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:minimum 1 jaar (laxiteitsopnames: min. 6 maand)

Aanbevolen prestatieonderzoeken

Aandoening: Collie eye anomalie (CEA)
Methode: DNA test (variant: NHEJ1: c.588+462_588+8260del)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Canine leucocyte adhesion deficiency type 3 (CLAD3)
Methode: DNA test (variant: FERMT3: c.1349_1350insAAGACGGCTGCC)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Multidruggevoeligheid (MDR1)
Methode: DNA test (variant: ABCB1: c.228_231del)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Pituitary Dwarfism (PD)
Methode: DNA test (variant: LHX3: a deletion of one of six 7 bp [GTGTTTT] repeats in intron 5)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Progressieve retina atrofie – progressive rod-cone degeneration (Prcd-PRA)
Methode: DNA test (variant: PRCD: XM_022422503.1:c.5G>A)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie)
Methode: Auscultatie + indien hartruis (vanaf graad 1) echocardiografie
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:minimum 1 jaar

Fokadvies

Fokadvies per prestatieonderzoek

Autosomaal recessieve aandoeningen via DNA test
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijDragerPositief
VrijLijderPositief
VrijOngetestPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Elleboogdysplasie (ED) via RX (CT mag aanbevolen worden, maar is niet verplicht)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
Categorie 0Categorie 0Positief
Categorie 0Categorie 1Positief
Categorie 0Categorie 2Voorwaardelijk positief
Categorie 1Categorie 1Voorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • graad 0: normaal ellebooggewricht, geen incongruentie, sclerose of arthrose
  • graad 1: osteofyten van minder dan 2 mm. Sclerose aan de basis van de processus coronoideus. Trabeculair patroon nog zichtbaar.
  • graad 2: osteofyten van 2-5 mm. Duidelijke sclerose (geen trabeculair patroon) aan de basis van de processus coronoideus. Trap van 3-5 mm tussen de radius en de ulna (incongruentie). Indirecte tekenen van een primair letsel (UAP, FCP/coronoid disease, OCD).
  • graad 3: osteofyten van meer dan 5 mm. Trap van >5 mm tussen de radius en de ulna (duidelijke incongruentie). Duidelijke aanwezigheid van een primair letsel (UAP, FCP/coronoid disease, OCD).
  • ongetest: er werd geen radiografie uitgevoerd

De graad van de sterkst aangetaste elleboog dient als de eindgraad voor het dier.

Voor in het buitenland geregistreerde honden levert een ongekend resultaat, gecombineerd met een ouderdier met graad 0, een voorwaardelijk positief fokadvies op.

Heupdysplasie (HD) via RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
Categorie ACategorie APositief
Categorie ACategorie BPositief
Categorie AMinimaal risicoPositief
Categorie ALaag risicoPositief
Categorie BMinimaal risicoPositief
Categorie BLaag risicoPositief
Minimaal risicoMinimaal risicoPositief
Minimaal risicoLaag risicoPositief
Minimaal risicoHoog risicoPositief
Laag risicoLaag risicoPositief
Categorie BCategorie BVoorwaardelijk positief
Laag risicoHoog risicoVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • laxiteitsindex:
    • minimaal risico: LI < 0,30. Er is een minimaal risico op heupdysplasie.
    • laag risico: LI 0,30 - 0,49. Er is een laag risico op heupdysplasie.
    • hoog risico: LI 0,50 - 0,69. Er is een hoog risico op heupdysplasie.
    • zeer hoog risico: LI ≥ 0,70. Er is een zeer hoog risico op heupdysplasie.
  • FCI index: raadpleeg de website van de FCI voor een gedetailleerde beschrijving.
  • ongetest: Er werd geen test uitgevoerd.

Honden met artrose mogen niet ingezet worden in de fok.

De heup met de slechtste waarde dient als eindresultaat voor het dier.

Een laxiteitsopname is verplicht voor in België geregistreerde honden, geboren vanaf 1 januari 2025.

Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie) via Auscultatie + indien hartruis (vanaf graad 1) echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
00Positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • graad  0: geen hartruis.
  • graad  1: zeer zacht gelokaliseerd hartruis dat alleen kan gehoord worden na zorgvuldig ausculteren gedurende enkele minuten in een stille ruimte.
  • graad  2: zacht hartruis dat makkelijk hoorbaar is na enkele seconden.
  • graad  3: matig hartruis dat onmiddellijk hoorbaar bij auscultatie.
  • graad  4: luid hartruis dat niet voelbaar is bij palpatie van de thorax.
  • graad  5: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax.
  • graad  6: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax en dat nog hoorbaar is wanneer de stethoscoop van de thorax wordt verwijderd.

Indien er een hartruis wordt vastgesteld bij één van beide ouderdieren, moet een echocardiografie worden uitgevoerd.

Persisterende ductus arteriosus (PDA) via Echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen PDA gezien op de echocardiografie
  • aanwezig: de aanwezigheid van een PDA werd bevestigd door middel van echocardiografie
  • ongetest: de aanwezigheid van een PDA werd niet onderzocht    
Pulmonalisstenose (PS) via Echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijmildVoorwaardelijk positief
VrijmatigVoorwaardelijk positief
mildmildVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen PS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
  • mild (graad 1): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmHg
  • matig (graad 2): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
  • ernstig (graad 3): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmHg
  • ongetest: de aanwezigheid van PS werd niet onderzocht
(Sub)aortastenose (SAS) via Echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijmildVoorwaardelijk positief
VrijmatigVoorwaardelijk positief
mildmildVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen SAS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
  • mild: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmH
  • matig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
  • ernstig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmH
  • ongetest: de aanwezigheid van SAS werd niet onderzocht
Tricuspidalisklepdysplasie (TD) via Echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijVerdachtVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen tricuspidalisklepdysplasie
  • verdacht: er zijn tekenen zichtbaar op de echocardiografie die mogelijks wijzen op tricuspidalisklepdysplasie
  • aanwezig: er zijn duidelijke tekenen van tricuspidalisklepdysplasie zichtbaar op de echocardiografie
  • ongetest: tricuspidalisklepdysplasie werd niet onderzocht
Ventrikel septum defect (VSD) via Echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen VSD gezien op de echocardiografie
  • aanwezig: de aanwezigheid van een VSD werd bevestigd door middel van echocardiografie
  • ongetest: de aanwezigheid van een VSD werd niet onderzocht

Globaal fokadvies

Inteelt

Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.

De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.

Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een reu niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.

Sperma ingevroren vóór 01/01/2025 mag gebruikt worden voor inseminatie van een teef, op voorwaarde dat de teef de verplichte prestatieonderzoeken heeft ondergaan en hiervoor resultaten heeft waaruit een (voorwaardelijk) positief resultaat zou kunnen voortkomen. Voor DNA testen wordt het gebruik van diepvriessperma gelijkgesteld aan het gebruik van een ongeteste reu, uitgezonderd als de reu getest is voor of na het invriezen.

Onderzoeken

De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.

Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.

Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:

  • 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
  • 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
  • 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
  • Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten

Verplichte prestatieonderzoeken

Algemene onderzoeken

Test Methode Frequentie Leeftijd Overerving Advies Info Formulier
Canine scott syndrome (CSS) ANO6: c.1934+1G>A DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Canine scott syndrome (CSS)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Degeneratieve myelopathie (DM) SOD1: c.118G>A DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Degeneratieve myelopathie (DM)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Elleboogdysplasie (ED) RX (CT mag aanbevolen worden, maar is niet verplicht) Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Elleboogdysplasie (ED)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Categorie
0
Categorie
1
Categorie
2
Categorie
3
Ongetest
Categorie
0
OK OK VW NEE NEE
Categorie
1
OK VW NEE NEE NEE
Categorie
2
VW NEE NEE NEE NEE
Categorie
3
NEE NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE NEE

Hond: Elleboogdysplasie

  • graad 0: normaal ellebooggewricht, geen incongruentie, sclerose of arthrose
  • graad 1: osteofyten van minder dan 2 mm. Sclerose aan de basis van de processus coronoideus. Trabeculair patroon nog zichtbaar.
  • graad 2: osteofyten van 2-5 mm. Duidelijke sclerose (geen trabeculair patroon) aan de basis van de processus coronoideus. Trap van 3-5 mm tussen de radius en de ulna (incongruentie). Indirecte tekenen van een primair letsel (UAP, FCP/coronoid disease, OCD).
  • graad 3: osteofyten van meer dan 5 mm. Trap van >5 mm tussen de radius en de ulna (duidelijke incongruentie). Duidelijke aanwezigheid van een primair letsel (UAP, FCP/coronoid disease, OCD).
  • ongetest: er werd geen radiografie uitgevoerd

De graad van de sterkst aangetaste elleboog dient als de eindgraad voor het dier.

Voor in het buitenland geregistreerde honden levert een ongekend resultaat, gecombineerd met een ouderdier met graad 0, een voorwaardelijk positief fokadvies op.

Heupdysplasie (HD) RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP) Eenmalig minimum 1 jaar (laxiteitsopnames: min. 6 maand) multifactorieel

Onderzoek: Heupdysplasie (HD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Categorie
A
Categorie
B
Categorie
C
Categorie
D
Categorie
E
Minimaal
risico
Laag
risico
Hoog
risico
Zeer
hoog
risico
Ongetest
Categorie
A
OK OK NEE NEE NEE OK OK NEE NEE NEE
Categorie
B
OK VW NEE NEE NEE OK OK NEE NEE NEE
Categorie
C
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Categorie
D
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Categorie
E
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Minimaal
risico
OK OK NEE NEE NEE OK OK OK NEE NEE
Laag
risico
OK OK NEE NEE NEE OK OK VW NEE NEE
Hoog
risico
NEE NEE NEE NEE NEE OK VW NEE NEE NEE
Zeer
hoog
risico
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE

Hond: Heupdysplasie

  • laxiteitsindex:
    • minimaal risico: LI < 0,30. Er is een minimaal risico op heupdysplasie.
    • laag risico: LI 0,30 - 0,49. Er is een laag risico op heupdysplasie.
    • hoog risico: LI 0,50 - 0,69. Er is een hoog risico op heupdysplasie.
    • zeer hoog risico: LI ≥ 0,70. Er is een zeer hoog risico op heupdysplasie.
  • FCI index: raadpleeg de website van de FCI voor een gedetailleerde beschrijving.
  • ongetest: Er werd geen test uitgevoerd.

Honden met artrose mogen niet ingezet worden in de fok.

De heup met de slechtste waarde dient als eindresultaat voor het dier.

Een laxiteitsopname is verplicht voor in België geregistreerde honden, geboren vanaf 1 januari 2025.

Aanbevolen prestatieonderzoeken

Algemene onderzoeken

Test Methode Frequentie Leeftijd Overerving Advies Info Formulier
Collie eye anomalie (CEA) NHEJ1: c.588+462_588+8260del DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Collie eye anomalie (CEA)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Canine leucocyte adhesion deficiency type 3 (CLAD3) FERMT3: c.1349_1350insAAGACGGCTGCC DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Canine leucocyte adhesion deficiency type 3 (CLAD3)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Multidruggevoeligheid (MDR1) ABCB1: c.228_231del DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Multidruggevoeligheid (MDR1)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Pituitary Dwarfism (PD) LHX3: a deletion of one of six 7 bp [GTGTTTT] repeats in intron 5 DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Pituitary Dwarfism (PD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Progressieve retina atrofie – progressive rod-cone degeneration (Prcd-PRA) PRCD: XM_022422503.1:c.5G>A DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Progressieve retina atrofie – progressive rod-cone degeneration (Prcd-PRA)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Hartonderzoeken Indien hartruis (vanaf graad 1) is echocardiografie verplicht

Test Methode Frequentie Leeftijd Overerving Advies Info Formulier
Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie) Auscultatie + indien hartruis (vanaf graad 1) echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
0 1
0 OK NEE
1 NEE NEE

Hond: Aangeboren hartaandoeningen

  • graad  0: geen hartruis.
  • graad  1: zeer zacht gelokaliseerd hartruis dat alleen kan gehoord worden na zorgvuldig ausculteren gedurende enkele minuten in een stille ruimte.
  • graad  2: zacht hartruis dat makkelijk hoorbaar is na enkele seconden.
  • graad  3: matig hartruis dat onmiddellijk hoorbaar bij auscultatie.
  • graad  4: luid hartruis dat niet voelbaar is bij palpatie van de thorax.
  • graad  5: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax.
  • graad  6: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax en dat nog hoorbaar is wanneer de stethoscoop van de thorax wordt verwijderd.

Indien er een hartruis wordt vastgesteld bij één van beide ouderdieren, moet een echocardiografie worden uitgevoerd.

Persisterende ductus arteriosus (PDA) Echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Persisterende ductus arteriosus (PDA)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Aanwezig Ongetest
Vrij OK NEE NEE
Aanwezig NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE

Hond: Persisterende ductus arteriosus

  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen PDA gezien op de echocardiografie
  • aanwezig: de aanwezigheid van een PDA werd bevestigd door middel van echocardiografie
  • ongetest: de aanwezigheid van een PDA werd niet onderzocht    
Pulmonalisstenose (PS) Echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Pulmonalisstenose (PS)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij mild matig Ernstig Ongetest
Vrij OK VW VW NEE NEE
mild VW VW NEE NEE NEE
matig VW NEE NEE NEE NEE
Ernstig NEE NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE NEE

Hond: Pulmonalisstenose

  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen PS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
  • mild (graad 1): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmHg
  • matig (graad 2): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
  • ernstig (graad 3): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmHg
  • ongetest: de aanwezigheid van PS werd niet onderzocht
(Sub)aortastenose (SAS) Echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: (Sub)aortastenose (SAS)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij mild matig Ernstig Ongetest
Vrij OK VW VW NEE NEE
mild VW VW NEE NEE NEE
matig VW NEE NEE NEE NEE
Ernstig NEE NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE NEE

Hond: (Sub)aortastenose

  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen SAS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
  • mild: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmH
  • matig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
  • ernstig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmH
  • ongetest: de aanwezigheid van SAS werd niet onderzocht
Tricuspidalisklepdysplasie (TD) Echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Tricuspidalisklepdysplasie (TD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Verdacht Aanwezig Ongetest
Vrij OK VW NEE NEE
Verdacht VW NEE NEE NEE
Aanwezig NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE

Hond: Tricuspidalisklepdysplasie

  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen tricuspidalisklepdysplasie
  • verdacht: er zijn tekenen zichtbaar op de echocardiografie die mogelijks wijzen op tricuspidalisklepdysplasie
  • aanwezig: er zijn duidelijke tekenen van tricuspidalisklepdysplasie zichtbaar op de echocardiografie
  • ongetest: tricuspidalisklepdysplasie werd niet onderzocht
Ventrikel septum defect (VSD) Echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Ventrikel septum defect (VSD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Aanwezig Ongetest
Vrij OK NEE NEE
Aanwezig NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE

Hond: Ventrikel septum defect

  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen VSD gezien op de echocardiografie
  • aanwezig: de aanwezigheid van een VSD werd bevestigd door middel van echocardiografie
  • ongetest: de aanwezigheid van een VSD werd niet onderzocht

Globaal advies

Doel van het fokprogramma

Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel honden uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de ras populatie te behouden. In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en honden die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.

Inteelt

Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.

De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.

Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een reu niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.

Sperma ingevroren vóór 01/01/2025 mag gebruikt worden voor inseminatie van een teef, op voorwaarde dat de teef de verplichte prestatieonderzoeken heeft ondergaan en hiervoor resultaten heeft waaruit een (voorwaardelijk) positief resultaat zou kunnen voortkomen. Voor DNA testen wordt het gebruik van diepvriessperma gelijkgesteld aan het gebruik van een ongeteste reu, uitgezonderd als de reu getest is voor of na het invriezen.

Onderzoeken

De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.

Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.

Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:

  • 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
  • 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
  • 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
  • Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten