Fokprogramma’s
Variëteiten
- Langstokhaar
- Stokhaar
Fokprogramma
Doel van het fokprogramma
Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel honden uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de ras populatie te behouden. In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en honden die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.
Variëteiten
- Langstokhaar
- Stokhaar
Rasfiche
Verplichte prestatieonderzoeken
| Methode: | DNA test (variant: ANO6: c.1934+1G>A) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | DNA test (variant: SOD1: c.118G>A) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | RX (CT mag aanbevolen worden, maar is niet verplicht) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar |
| Methode: | RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar (laxiteitsopnames: min. 6 maand) |
Aanbevolen prestatieonderzoeken
| Methode: | DNA test (variant: NHEJ1: c.588+462_588+8260del) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | DNA test (variant: FERMT3: c.1349_1350insAAGACGGCTGCC) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | DNA test (variant: ABCB1: c.228_231del) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | DNA test (variant: LHX3: a deletion of one of six 7 bp [GTGTTTT] repeats in intron 5) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | DNA test (variant: PRCD: XM_022422503.1:c.5G>A) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | Auscultatie + indien hartruis (vanaf graad 1) echocardiografie |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar |
Fokadvies
Fokadvies per prestatieonderzoek
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Drager | Positief |
| Vrij | Lijder | Positief |
| Vrij | Ongetest | Positief |
- vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
- drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
- lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
- ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.
Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Categorie 0 | Categorie 0 | Positief |
| Categorie 0 | Categorie 1 | Positief |
| Categorie 0 | Categorie 2 | Voorwaardelijk positief |
| Categorie 1 | Categorie 1 | Voorwaardelijk positief |
- graad 0: normaal ellebooggewricht, geen incongruentie, sclerose of arthrose
- graad 1: osteofyten van minder dan 2 mm. Sclerose aan de basis van de processus coronoideus. Trabeculair patroon nog zichtbaar.
- graad 2: osteofyten van 2-5 mm. Duidelijke sclerose (geen trabeculair patroon) aan de basis van de processus coronoideus. Trap van 3-5 mm tussen de radius en de ulna (incongruentie). Indirecte tekenen van een primair letsel (UAP, FCP/coronoid disease, OCD).
- graad 3: osteofyten van meer dan 5 mm. Trap van >5 mm tussen de radius en de ulna (duidelijke incongruentie). Duidelijke aanwezigheid van een primair letsel (UAP, FCP/coronoid disease, OCD).
- ongetest: er werd geen radiografie uitgevoerd
De graad van de sterkst aangetaste elleboog dient als de eindgraad voor het dier.
Voor in het buitenland geregistreerde honden levert een ongekend resultaat, gecombineerd met een ouderdier met graad 0, een voorwaardelijk positief fokadvies op.
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Categorie A | Categorie A | Positief |
| Categorie A | Categorie B | Positief |
| Categorie A | Minimaal risico | Positief |
| Categorie A | Laag risico | Positief |
| Categorie B | Minimaal risico | Positief |
| Categorie B | Laag risico | Positief |
| Minimaal risico | Minimaal risico | Positief |
| Minimaal risico | Laag risico | Positief |
| Minimaal risico | Hoog risico | Positief |
| Laag risico | Laag risico | Positief |
| Categorie B | Categorie B | Voorwaardelijk positief |
| Laag risico | Hoog risico | Voorwaardelijk positief |
- laxiteitsindex:
- minimaal risico: LI < 0,30. Er is een minimaal risico op heupdysplasie.
- laag risico: LI 0,30 - 0,49. Er is een laag risico op heupdysplasie.
- hoog risico: LI 0,50 - 0,69. Er is een hoog risico op heupdysplasie.
- zeer hoog risico: LI ≥ 0,70. Er is een zeer hoog risico op heupdysplasie.
- FCI index: raadpleeg de website van de FCI voor een gedetailleerde beschrijving.
- ongetest: Er werd geen test uitgevoerd.
Honden met artrose mogen niet ingezet worden in de fok.
De heup met de slechtste waarde dient als eindresultaat voor het dier.
Een laxiteitsopname is verplicht voor in België geregistreerde honden, geboren vanaf 1 januari 2025.
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| 0 | 0 | Positief |
- graad 0: geen hartruis.
- graad 1: zeer zacht gelokaliseerd hartruis dat alleen kan gehoord worden na zorgvuldig ausculteren gedurende enkele minuten in een stille ruimte.
- graad 2: zacht hartruis dat makkelijk hoorbaar is na enkele seconden.
- graad 3: matig hartruis dat onmiddellijk hoorbaar bij auscultatie.
- graad 4: luid hartruis dat niet voelbaar is bij palpatie van de thorax.
- graad 5: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax.
- graad 6: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax en dat nog hoorbaar is wanneer de stethoscoop van de thorax wordt verwijderd.
Indien er een hartruis wordt vastgesteld bij één van beide ouderdieren, moet een echocardiografie worden uitgevoerd.
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
- vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen PDA gezien op de echocardiografie
- aanwezig: de aanwezigheid van een PDA werd bevestigd door middel van echocardiografie
- ongetest: de aanwezigheid van een PDA werd niet onderzocht
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | mild | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | matig | Voorwaardelijk positief |
| mild | mild | Voorwaardelijk positief |
- vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen PS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
- mild (graad 1): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmHg
- matig (graad 2): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
- ernstig (graad 3): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmHg
- ongetest: de aanwezigheid van PS werd niet onderzocht
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | mild | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | matig | Voorwaardelijk positief |
| mild | mild | Voorwaardelijk positief |
- vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen SAS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
- mild: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmH
- matig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
- ernstig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmH
- ongetest: de aanwezigheid van SAS werd niet onderzocht
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Verdacht | Voorwaardelijk positief |
- vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen tricuspidalisklepdysplasie
- verdacht: er zijn tekenen zichtbaar op de echocardiografie die mogelijks wijzen op tricuspidalisklepdysplasie
- aanwezig: er zijn duidelijke tekenen van tricuspidalisklepdysplasie zichtbaar op de echocardiografie
- ongetest: tricuspidalisklepdysplasie werd niet onderzocht
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
- vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen VSD gezien op de echocardiografie
- aanwezig: de aanwezigheid van een VSD werd bevestigd door middel van echocardiografie
- ongetest: de aanwezigheid van een VSD werd niet onderzocht
Globaal fokadvies
Inteelt
Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.
De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.
Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een reu niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.
Sperma ingevroren vóór 01/01/2025 mag gebruikt worden voor inseminatie van een teef, op voorwaarde dat de teef de verplichte prestatieonderzoeken heeft ondergaan en hiervoor resultaten heeft waaruit een (voorwaardelijk) positief resultaat zou kunnen voortkomen. Voor DNA testen wordt het gebruik van diepvriessperma gelijkgesteld aan het gebruik van een ongeteste reu, uitgezonderd als de reu getest is voor of na het invriezen.
Onderzoeken
De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.
Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.
Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:
- 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
- 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
- 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
- Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten
Verplichte prestatieonderzoeken
Algemene onderzoeken
| Test | Methode | Frequentie | Leeftijd | Overerving | Advies | Info | Formulier | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Canine scott syndrome (CSS) ANO6: c.1934+1G>A | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Canine scott syndrome (CSS)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Degeneratieve myelopathie (DM) SOD1: c.118G>A | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Degeneratieve myelopathie (DM)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Elleboogdysplasie (ED) | RX (CT mag aanbevolen worden, maar is niet verplicht) | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Elleboogdysplasie (ED)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Elleboogdysplasie
De graad van de sterkst aangetaste elleboog dient als de eindgraad voor het dier. Voor in het buitenland geregistreerde honden levert een ongekend resultaat, gecombineerd met een ouderdier met graad 0, een voorwaardelijk positief fokadvies op. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Heupdysplasie (HD) | RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP) | Eenmalig | minimum 1 jaar (laxiteitsopnames: min. 6 maand) | multifactorieel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Heupdysplasie (HD)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Heupdysplasie
Honden met artrose mogen niet ingezet worden in de fok. De heup met de slechtste waarde dient als eindresultaat voor het dier. Een laxiteitsopname is verplicht voor in België geregistreerde honden, geboren vanaf 1 januari 2025. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Aanbevolen prestatieonderzoeken
Algemene onderzoeken
| Test | Methode | Frequentie | Leeftijd | Overerving | Advies | Info | Formulier | |||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Collie eye anomalie (CEA) NHEJ1: c.588+462_588+8260del | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | ||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Collie eye anomalie (CEA)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Canine leucocyte adhesion deficiency type 3 (CLAD3) FERMT3: c.1349_1350insAAGACGGCTGCC | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | ||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Canine leucocyte adhesion deficiency type 3 (CLAD3)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Multidruggevoeligheid (MDR1) ABCB1: c.228_231del | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | ||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Multidruggevoeligheid (MDR1)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Pituitary Dwarfism (PD) LHX3: a deletion of one of six 7 bp [GTGTTTT] repeats in intron 5 | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | ||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Pituitary Dwarfism (PD)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Progressieve retina atrofie – progressive rod-cone degeneration (Prcd-PRA) PRCD: XM_022422503.1:c.5G>A | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | ||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Progressieve retina atrofie – progressive rod-cone degeneration (Prcd-PRA)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
Hartonderzoeken Indien hartruis (vanaf graad 1) is echocardiografie verplicht
| Test | Methode | Frequentie | Leeftijd | Overerving | Advies | Info | Formulier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie) | Auscultatie + indien hartruis (vanaf graad 1) echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Aangeboren hartaandoeningen
Indien er een hartruis wordt vastgesteld bij één van beide ouderdieren, moet een echocardiografie worden uitgevoerd. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Persisterende ductus arteriosus (PDA) | Echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Persisterende ductus arteriosus (PDA)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Persisterende ductus arteriosus
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Pulmonalisstenose (PS) | Echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Pulmonalisstenose (PS)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Pulmonalisstenose
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| (Sub)aortastenose (SAS) | Echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: (Sub)aortastenose (SAS)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: (Sub)aortastenose
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Tricuspidalisklepdysplasie (TD) | Echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Tricuspidalisklepdysplasie (TD)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Tricuspidalisklepdysplasie
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Ventrikel septum defect (VSD) | Echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Ventrikel septum defect (VSD)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Ventrikel septum defect
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Globaal advies
Doel van het fokprogramma
Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel honden uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de ras populatie te behouden. In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en honden die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.
Inteelt
Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.
De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.
Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een reu niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.
Sperma ingevroren vóór 01/01/2025 mag gebruikt worden voor inseminatie van een teef, op voorwaarde dat de teef de verplichte prestatieonderzoeken heeft ondergaan en hiervoor resultaten heeft waaruit een (voorwaardelijk) positief resultaat zou kunnen voortkomen. Voor DNA testen wordt het gebruik van diepvriessperma gelijkgesteld aan het gebruik van een ongeteste reu, uitgezonderd als de reu getest is voor of na het invriezen.
Onderzoeken
De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.
Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.
Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:
- 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
- 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
- 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
- Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten