Fokprogramma’s

Begin te typen om de rassenlijst te verkleinen.
Wissen
Gekozen fokprogramma: Hond › Labrador Retriever

Fokprogramma

Naam ras/variëteit

Labrador Retriever

Doel van het fokprogramma

Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel honden uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de ras populatie te behouden. In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en honden die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.

Rasfiche

Verplichte prestatieonderzoeken

Aandoening: Centronucleaire myopathie (CNM)
Methode: DNA test (variant: HACD1: c.203_204ins[N[236];CACACAAAGGTTT])
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Elleboogdysplasie (ED)
Methode: RX (CT mag aanbevolen worden, maar is niet verplicht)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:minimum 1 jaar
Aandoening: Exercise-induced collapse (EIC)
Methode: DNA test (variant: DNM1: c.767G>T)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Hereditary nasal parakeratosis (HNPK)
Methode: DNA test (variant: SUV39H2: c.972T>G)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Heupdysplasie (HD)
Methode: RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:minimum 1 jaar (laxiteitsopnames: min. 6 maand)
Aandoening: Progressieve retina atrofie – progressive rod-cone degeneration (Prcd-PRA)
Methode: DNA test (variant: PRCD: XM_022422503.1:c.5G>A)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Stargardt Disease (STGD)
Methode: DNA test (variant: ABCA4: c.4176dup)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie)
Methode: Auscultatie + indien hartruis (vanaf graad 1) echocardiografie
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:minimum 1 jaar
Aandoening: Oogaandoeningen
Methode: Algemeen oogonderzoek
Frequentie:2 jaar geldig
Leeftijd:minimum 1 jaar

Aanbevolen prestatieonderzoeken

Aandoening: Congenitaal myasthenisch syndroom (CMS)
Methode: DNA test (variant: COLQ: c.1010T>C)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Progressieve retina atrofie – cone-rod dystrophy 4 (cord1-PRA/crd4)
Methode: DNA test (variant: RPGRIP1: c.142_143ins[A[29]; GGAAGCAACAGGATG)
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:vanaf geboorte
Overerving:autosomaal recessief
Aandoening: Schouderdysplasie (SD)
Methode: RX
Frequentie:Eenmalig
Leeftijd:minimum 1 jaar

Fokadvies

Fokadvies per prestatieonderzoek

Autosomaal recessieve aandoeningen via DNA test
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijDragerPositief
VrijLijderPositief
VrijOngetestPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Elleboogdysplasie (ED) via RX (CT mag aanbevolen worden, maar is niet verplicht)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
Categorie 0Categorie 0Positief
Categorie 0Categorie 1Positief
Categorie 0Categorie 2Voorwaardelijk positief
Categorie 1Categorie 1Voorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • graad 0: normaal ellebooggewricht, geen incongruentie, sclerose of arthrose
  • graad 1: osteofyten van minder dan 2 mm. Sclerose aan de basis van de processus coronoideus. Trabeculair patroon nog zichtbaar.
  • graad 2: osteofyten van 2-5 mm. Duidelijke sclerose (geen trabeculair patroon) aan de basis van de processus coronoideus. Trap van 3-5 mm tussen de radius en de ulna (incongruentie). Indirecte tekenen van een primair letsel (UAP, FCP/coronoid disease, OCD).
  • graad 3: osteofyten van meer dan 5 mm. Trap van >5 mm tussen de radius en de ulna (duidelijke incongruentie). Duidelijke aanwezigheid van een primair letsel (UAP, FCP/coronoid disease, OCD).
  • ongetest: er werd geen radiografie uitgevoerd

De graad van de sterkst aangetaste elleboog dient als de eindgraad voor het dier.

Voor in het buitenland geregistreerde honden levert een ongekend resultaat, gecombineerd met een ouderdier met graad 0, een voorwaardelijk positief fokadvies op.

Heupdysplasie (HD) via RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
Categorie ACategorie APositief
Categorie ACategorie BPositief
Categorie AMinimaal risicoPositief
Categorie ALaag risicoPositief
Categorie BMinimaal risicoPositief
Categorie BLaag risicoPositief
Minimaal risicoMinimaal risicoPositief
Minimaal risicoLaag risicoPositief
Minimaal risicoHoog risicoPositief
Laag risicoLaag risicoPositief
Categorie BCategorie BVoorwaardelijk positief
Laag risicoHoog risicoVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • laxiteitsindex:
    • minimaal risico: LI < 0,30. Er is een minimaal risico op heupdysplasie.
    • laag risico: LI 0,30 - 0,49. Er is een laag risico op heupdysplasie.
    • hoog risico: LI 0,50 - 0,69. Er is een hoog risico op heupdysplasie.
    • zeer hoog risico: LI ≥ 0,70. Er is een zeer hoog risico op heupdysplasie.
  • FCI index: raadpleeg de website van de FCI voor een gedetailleerde beschrijving.
  • ongetest: Er werd geen test uitgevoerd.

Honden met artrose mogen niet ingezet worden in de fok.

De heup met de slechtste waarde dient als eindresultaat voor het dier.

Een laxiteitsopname is verplicht voor in België geregistreerde honden, geboren vanaf 1 januari 2025.

Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie) via Auscultatie + indien hartruis (vanaf graad 1) echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
00Positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • graad  0: geen hartruis.
  • graad  1: zeer zacht gelokaliseerd hartruis dat alleen kan gehoord worden na zorgvuldig ausculteren gedurende enkele minuten in een stille ruimte.
  • graad  2: zacht hartruis dat makkelijk hoorbaar is na enkele seconden.
  • graad  3: matig hartruis dat onmiddellijk hoorbaar bij auscultatie.
  • graad  4: luid hartruis dat niet voelbaar is bij palpatie van de thorax.
  • graad  5: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax.
  • graad  6: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax en dat nog hoorbaar is wanneer de stethoscoop van de thorax wordt verwijderd.

Indien er een hartruis wordt vastgesteld bij één van beide ouderdieren, moet een echocardiografie worden uitgevoerd.

Persisterende ductus arteriosus (PDA) via Echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen PDA gezien op de echocardiografie
  • aanwezig: de aanwezigheid van een PDA werd bevestigd door middel van echocardiografie
  • ongetest: de aanwezigheid van een PDA werd niet onderzocht    
Pulmonalisstenose (PS) via Echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijmildVoorwaardelijk positief
VrijmatigVoorwaardelijk positief
mildmildVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen PS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
  • mild (graad 1): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmHg
  • matig (graad 2): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
  • ernstig (graad 3): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmHg
  • ongetest: de aanwezigheid van PS werd niet onderzocht
(Sub)aortastenose (SAS) via Echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijmildVoorwaardelijk positief
VrijmatigVoorwaardelijk positief
mildmildVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen SAS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
  • mild: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmH
  • matig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
  • ernstig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmH
  • ongetest: de aanwezigheid van SAS werd niet onderzocht
Tricuspidalisklepdysplasie (TD) via Echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijVerdachtVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen tricuspidalisklepdysplasie
  • verdacht: er zijn tekenen zichtbaar op de echocardiografie die mogelijks wijzen op tricuspidalisklepdysplasie
  • aanwezig: er zijn duidelijke tekenen van tricuspidalisklepdysplasie zichtbaar op de echocardiografie
  • ongetest: tricuspidalisklepdysplasie werd niet onderzocht
Ventrikel septum defect (VSD) via Echocardiografie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen VSD gezien op de echocardiografie
  • aanwezig: de aanwezigheid van een VSD werd bevestigd door middel van echocardiografie
  • ongetest: de aanwezigheid van een VSD werd niet onderzocht
Oogaandoeningen via Algemeen oogonderzoek
Cataract (congenitaal)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van congenitale cataract
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van congenitale cataract, deze
  • zijn echter onvoldoende specifiek
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van congenitale cataract
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Cataract (niet congenitaal)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
AndereAndereVoorwaardelijk positief
VrijAndereVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
* vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van niet congenitale cataract
* verdacht: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van niet congenitale cataract, deze zijn echter onvoldoende specifiek 
* corticaal: elke vertroebeling in de voorste en/of achterste cortex, één- of tweezijdig (posterieure polaire cataract valt hier NIET onder)
* posterieur polair: dit is een subtype van de corticale cataract: een driehoekige (soms schijfvormige) plaque in de centrale achterste cortex. Soms grenst er een kleinere satellietrozetlaesie aan de centrale vertroebeling. Indien het gaat om een progressieve cataract, zijn er witte vertroebelingen in de achterste cortex
* nucleair: elke witte vertroebeling in de kern, uitgezonderd "fiberglass-like/pulverulent" (zie "Andere")
* andere: hieronder vallen volgende cataracten:
  • 'punctate' (witte puntachtige vertroebelingen in de cortex of nucleus)
  • 'suture line tips' (duidelijk gedefinieerde witte kleine lineaire vertroebelingen aan het einde van de lijnen)
  • 'suture lines' (duidelijk gedefinieerde witte lijn of puntjes in de cortex die een (omgekeerde) Y vormen)
  • 'nucleaire ring' (delicate halfdoorzichtige onregelmatig gevormde min of meer cirkelvormige structuur in de nucleus)
  • 'fiberglass-like/pulverulent' (glasvezel- of kristalachtige vertroebelingen in de nucleus of verspreide fijne poederachtige korrels parallel aan de hechtdraadlijnen in de achterste nucleus)
* niet vrij: er is klinisch bewijs van niet congenitale cataract
* ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Collie eye anomaly (CEA)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
Choroïdale hypoplasieChoroïdale hypoplasieVoorwaardelijk positief
VrijChoroïdale hypoplasieVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van collie eye anomalie
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van collie eye anomalie, deze zijn echter onvoldoende specifiek
  • choroïdale hypoplasie: onderontwikkeling van het vaatvlies (choroid)
  • andere: coloboma, bloeding,…
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Corneadystrofie
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijVerdachtVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van corneadystrofie
  • verdacht: geringe afwijkingen, die mogelijk passen in het klinische beeld van corneadystrofie, voortschrijden
  • van het proces moet dit bevestigen
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van corneadystrofie
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Distichiasis / Ectopische cilia
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijNiet vrijVoorwaardelijk positief
VrijVerdachtVoorwaardelijk positief
VrijOngetestVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van distichiasis/ectopische cilia
  • verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van distichiasis/ectopische cilia, voortschrijden van
  • het proces moet dit bevestigen
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van distichiasis/ectopische cilia
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Ectropion / Macroblepharon
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijNiet vrijVoorwaardelijk positief
VrijVerdachtVoorwaardelijk positief
VrijOngetestVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van ectropion / macroblepharon.
  • verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van ectropion / macroblepharon. Voortschrijden van het proces moet dit bevestigen.
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van ectropion / macroblepharon.
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Entropion / Trichiasis
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijNiet vrijVoorwaardelijk positief
VrijVerdachtVoorwaardelijk positief
VrijOngetestVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van entropion/trichiasis
  • verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van entropion/trichiasis, voortschrijden van dit proces moet dit bevestigen
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van entropion/trichiasis
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Hypoplastische- / Micropapil
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van hypoplastische-/micropapil
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van hypoplastische-/micropapil,
  • deze zijn echter onvoldoende specifiek
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van hypoplastische-/micropapil
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Persisterende pupillaire membranen (PPM)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
Iris-iris strengenIris-iris strengenVoorwaardelijk positief
VrijIris-iris strengenVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van persisterende pupillaire membranen
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van persisterende pupillaire
  • membranen, deze zijn echter onvoldoende specifiek
  • iris-iris strengen: overblijfselen van het pupillaire membraan, nog steeds duidelijk aanwezig na pupilverwijding,
  • vanaf de iris collarette. Strengen gaan van iris naar iris. Overblijfselen die niet duidelijk zichtbaar zijn op het
  • oppervlak/collarette van de iris (bij 10 x vergroting) na pupilverwijding, worden niet vermeld op het formulier
  • andere: overblijfselen van het pupillaire membraan, nog steeds duidelijk aanwezig na pupilverwijding, vanaf de
  • iris collarette. Hieronder vallen alle strengen die niet van iris naar iris gaan
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Persisterende Hyperplastische Tunica Vasculosa Lentis/Primair Vitreum (PHTVL/PHPV)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijGraad 1Voorwaardelijk positief
Graad 1Graad 1Voorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van persisterende hyperplastische tunica vasculosa lentis/primair
  • vitreum
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van persisterende
  • hyperplastische tunica vasculosa lentis/primair vitreum, deze zijn echter onvoldoende specifiek
  • graad 1: kleine, geelbruine hyperplastische puntjes van vezelig weefsel die min of meer centraal op de
  • achterste lenscapsule achterblijven
  • graad 2-6: ernstige vormen (meestal bilateraal) die kunnen leiden tot visuele problemen, samen met de graad
  • 1 hyperplastische puntjes kan een plaque van wit fibrovasculair weefsel achterblijven, achterblijfsels van
  • andere delen van het hyaloïde systeem en ernstigere misvormingen van de lens (zoals lenticonus, pigment of
  • bloed in de lens of erachter, lenshypoplasie, sferofakie), verlengde ciliaire processen en/of microphthalmie
  • kunnen ook aanwezig zijn
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Primaire lens luxatie (PLL)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijVerdachtVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van primaire lens luxatie
  • verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van primaire lens luxatie, voortschrijden van het
  • proces moet dit bevestigen
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van primaire lens luxatie
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Retinadegeneratie (PRA)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
VrijVerdachtVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van retinadegeneratie
  • verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van retinadegeneratie, voortschrijden van het
  • proces moet dit bevestigen
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van retinadegeneratie
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Retinadysplasie (RD)
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
VrijVrijPositief
(Multi)focaal(Multi)focaalVoorwaardelijk positief
(Multi)focaalGeografischVoorwaardelijk positief
GeografischGeografischVoorwaardelijk positief
Vrij(Multi)focaalVoorwaardelijk positief
VrijGeografischVoorwaardelijk positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van retinadysplasie
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van retinadysplasie, deze zijn echter onvoldoende specifiek
  • (multi)focaal: lineaire (wormvormige), driehoekige, gebogen of boogvormige foci van retinale vouwing (enkel- of meervoudig)
  • geografisch: onregelmatige, hoefijzer- of blaasvormige gebieden van abnormale retinale ontwikkeling. Deze bevatten zowel gebieden van verdunning als focale netvliesloslating en gebieden van retinale desorganisatie totaal: ernstige retinale desorganisatie geassocieerd met totale retinaloslating, geassocieerd met gedeeltelijk of volledig gezichtsverlies
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van retinadysplasie
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Ernst oogaandoening
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
Niet ernstigNiet ernstigPositief
Overige combinaties kennen een fokverbod.

Bij het oogonderzoek kan worden aangeduid of er een ernstige oogaandoening aanwezig is.

Voor het fokadvies is dit enkel gunstig wanneer ernstig niet is aangevinkt bij beide ouderdieren.

Schouderdysplasie (SD) via RX
Resultaat ouderdier 1Resultaat ouderdier 2Fokadvies
Graad 0Graad 0Positief
Overige combinaties kennen een fokverbod.
  • graad 0: normaal schoudergewricht, geen schouderdysplasie
  • graad 1: aanwezigheid van schouderdysplasie
  • ongetest: er werd geen radiografie uitgevoerd

De graad van de sterkst aangetaste schouder dient als eindgraad voor het dier.

Voor in het buitenland geregistreerde honden levert een ongekend resultaat, gecombineerd met een ouderdier met graad 0, een voorwaardelijk positief fokadvies op.

Globaal fokadvies

Inteelt

Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.

De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.

Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een reu niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.

Sperma ingevroren vóór 01/01/2025 mag gebruikt worden voor inseminatie van een teef, op voorwaarde dat de teef de verplichte prestatieonderzoeken heeft ondergaan en hiervoor resultaten heeft waaruit een (voorwaardelijk) positief resultaat zou kunnen voortkomen. Voor DNA testen wordt het gebruik van diepvriessperma gelijkgesteld aan het gebruik van een ongeteste reu, uitgezonderd als de reu getest is voor of na het invriezen.

Onderzoeken

De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.

Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.

Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:

  • 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
  • 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
  • 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
  • Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten

Verplichte prestatieonderzoeken

Algemene onderzoeken

Test Methode Frequentie Leeftijd Overerving Advies Info Formulier
Centronucleaire myopathie (CNM) HACD1: c.203_204ins[N[236];CACACAAAGGTTT] DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Centronucleaire myopathie (CNM)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Elleboogdysplasie (ED) RX (CT mag aanbevolen worden, maar is niet verplicht) Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Elleboogdysplasie (ED)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Categorie
0
Categorie
1
Categorie
2
Categorie
3
Ongetest
Categorie
0
OK OK VW NEE NEE
Categorie
1
OK VW NEE NEE NEE
Categorie
2
VW NEE NEE NEE NEE
Categorie
3
NEE NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE NEE

Hond: Elleboogdysplasie

  • graad 0: normaal ellebooggewricht, geen incongruentie, sclerose of arthrose
  • graad 1: osteofyten van minder dan 2 mm. Sclerose aan de basis van de processus coronoideus. Trabeculair patroon nog zichtbaar.
  • graad 2: osteofyten van 2-5 mm. Duidelijke sclerose (geen trabeculair patroon) aan de basis van de processus coronoideus. Trap van 3-5 mm tussen de radius en de ulna (incongruentie). Indirecte tekenen van een primair letsel (UAP, FCP/coronoid disease, OCD).
  • graad 3: osteofyten van meer dan 5 mm. Trap van >5 mm tussen de radius en de ulna (duidelijke incongruentie). Duidelijke aanwezigheid van een primair letsel (UAP, FCP/coronoid disease, OCD).
  • ongetest: er werd geen radiografie uitgevoerd

De graad van de sterkst aangetaste elleboog dient als de eindgraad voor het dier.

Voor in het buitenland geregistreerde honden levert een ongekend resultaat, gecombineerd met een ouderdier met graad 0, een voorwaardelijk positief fokadvies op.

Exercise-induced collapse (EIC) DNM1: c.767G>T DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Exercise-induced collapse (EIC)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Hereditary nasal parakeratosis (HNPK) SUV39H2: c.972T>G DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Hereditary nasal parakeratosis (HNPK)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Heupdysplasie (HD) RX: VD en laxiteitsopname (Vezzoni of PennHIP) Eenmalig minimum 1 jaar (laxiteitsopnames: min. 6 maand) multifactorieel

Onderzoek: Heupdysplasie (HD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Categorie
A
Categorie
B
Categorie
C
Categorie
D
Categorie
E
Minimaal
risico
Laag
risico
Hoog
risico
Zeer
hoog
risico
Ongetest
Categorie
A
OK OK NEE NEE NEE OK OK NEE NEE NEE
Categorie
B
OK VW NEE NEE NEE OK OK NEE NEE NEE
Categorie
C
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Categorie
D
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Categorie
E
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Minimaal
risico
OK OK NEE NEE NEE OK OK OK NEE NEE
Laag
risico
OK OK NEE NEE NEE OK OK VW NEE NEE
Hoog
risico
NEE NEE NEE NEE NEE OK VW NEE NEE NEE
Zeer
hoog
risico
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE

Hond: Heupdysplasie

  • laxiteitsindex:
    • minimaal risico: LI < 0,30. Er is een minimaal risico op heupdysplasie.
    • laag risico: LI 0,30 - 0,49. Er is een laag risico op heupdysplasie.
    • hoog risico: LI 0,50 - 0,69. Er is een hoog risico op heupdysplasie.
    • zeer hoog risico: LI ≥ 0,70. Er is een zeer hoog risico op heupdysplasie.
  • FCI index: raadpleeg de website van de FCI voor een gedetailleerde beschrijving.
  • ongetest: Er werd geen test uitgevoerd.

Honden met artrose mogen niet ingezet worden in de fok.

De heup met de slechtste waarde dient als eindresultaat voor het dier.

Een laxiteitsopname is verplicht voor in België geregistreerde honden, geboren vanaf 1 januari 2025.

Progressieve retina atrofie – progressive rod-cone degeneration (Prcd-PRA) PRCD: XM_022422503.1:c.5G>A DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Progressieve retina atrofie – progressive rod-cone degeneration (Prcd-PRA)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Stargardt Disease (STGD) ABCA4: c.4176dup DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Stargardt Disease (STGD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Hartonderzoeken Indien hartruis (vanaf graad 1) is echocardiografie verplicht

Test Methode Frequentie Leeftijd Overerving Advies Info Formulier
Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie) Auscultatie + indien hartruis (vanaf graad 1) echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
0 1
0 OK NEE
1 NEE NEE

Hond: Aangeboren hartaandoeningen

  • graad  0: geen hartruis.
  • graad  1: zeer zacht gelokaliseerd hartruis dat alleen kan gehoord worden na zorgvuldig ausculteren gedurende enkele minuten in een stille ruimte.
  • graad  2: zacht hartruis dat makkelijk hoorbaar is na enkele seconden.
  • graad  3: matig hartruis dat onmiddellijk hoorbaar bij auscultatie.
  • graad  4: luid hartruis dat niet voelbaar is bij palpatie van de thorax.
  • graad  5: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax.
  • graad  6: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax en dat nog hoorbaar is wanneer de stethoscoop van de thorax wordt verwijderd.

Indien er een hartruis wordt vastgesteld bij één van beide ouderdieren, moet een echocardiografie worden uitgevoerd.

Persisterende ductus arteriosus (PDA) Echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Persisterende ductus arteriosus (PDA)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Aanwezig Ongetest
Vrij OK NEE NEE
Aanwezig NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE

Hond: Persisterende ductus arteriosus

  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen PDA gezien op de echocardiografie
  • aanwezig: de aanwezigheid van een PDA werd bevestigd door middel van echocardiografie
  • ongetest: de aanwezigheid van een PDA werd niet onderzocht    
Pulmonalisstenose (PS) Echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Pulmonalisstenose (PS)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij mild matig Ernstig Ongetest
Vrij OK VW VW NEE NEE
mild VW VW NEE NEE NEE
matig VW NEE NEE NEE NEE
Ernstig NEE NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE NEE

Hond: Pulmonalisstenose

  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen PS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
  • mild (graad 1): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmHg
  • matig (graad 2): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
  • ernstig (graad 3): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmHg
  • ongetest: de aanwezigheid van PS werd niet onderzocht
(Sub)aortastenose (SAS) Echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: (Sub)aortastenose (SAS)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij mild matig Ernstig Ongetest
Vrij OK VW VW NEE NEE
mild VW VW NEE NEE NEE
matig VW NEE NEE NEE NEE
Ernstig NEE NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE NEE

Hond: (Sub)aortastenose

  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen SAS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
  • mild: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmH
  • matig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
  • ernstig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmH
  • ongetest: de aanwezigheid van SAS werd niet onderzocht
Tricuspidalisklepdysplasie (TD) Echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Tricuspidalisklepdysplasie (TD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Verdacht Aanwezig Ongetest
Vrij OK VW NEE NEE
Verdacht VW NEE NEE NEE
Aanwezig NEE NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE NEE

Hond: Tricuspidalisklepdysplasie

  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen tricuspidalisklepdysplasie
  • verdacht: er zijn tekenen zichtbaar op de echocardiografie die mogelijks wijzen op tricuspidalisklepdysplasie
  • aanwezig: er zijn duidelijke tekenen van tricuspidalisklepdysplasie zichtbaar op de echocardiografie
  • ongetest: tricuspidalisklepdysplasie werd niet onderzocht
Ventrikel septum defect (VSD) Echocardiografie Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Ventrikel septum defect (VSD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Aanwezig Ongetest
Vrij OK NEE NEE
Aanwezig NEE NEE NEE
Ongetest NEE NEE NEE

Hond: Ventrikel septum defect

  • vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen VSD gezien op de echocardiografie
  • aanwezig: de aanwezigheid van een VSD werd bevestigd door middel van echocardiografie
  • ongetest: de aanwezigheid van een VSD werd niet onderzocht

Oogonderzoeken

Test Methode Frequentie Leeftijd Overerving Advies Info Formulier
Cataract (congenitaal) Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Cataract (congenitaal)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Niet
vrij
Onbeslist Vrij
Niet
vrij
NEE NEE NEE
Onbeslist NEE NEE NEE
Vrij NEE NEE OK

Hond: Cataract congenitaal


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van congenitale cataract
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van congenitale cataract, deze
  • zijn echter onvoldoende specifiek
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van congenitale cataract
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Cataract (niet congenitaal) Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Cataract (niet congenitaal)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Andere Corticaal Niet
vrij
Nucleair Post.
polair
Vrij Verdacht
Andere VW NEE NEE NEE NEE VW NEE
Corticaal NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Niet
vrij
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Nucleair NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Post.
polair
NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Vrij VW NEE NEE NEE NEE OK NEE
Verdacht NEE NEE NEE NEE NEE NEE NEE

Hond: Cataract niet congenitaal

* vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van niet congenitale cataract
* verdacht: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van niet congenitale cataract, deze zijn echter onvoldoende specifiek 
* corticaal: elke vertroebeling in de voorste en/of achterste cortex, één- of tweezijdig (posterieure polaire cataract valt hier NIET onder)
* posterieur polair: dit is een subtype van de corticale cataract: een driehoekige (soms schijfvormige) plaque in de centrale achterste cortex. Soms grenst er een kleinere satellietrozetlaesie aan de centrale vertroebeling. Indien het gaat om een progressieve cataract, zijn er witte vertroebelingen in de achterste cortex
* nucleair: elke witte vertroebeling in de kern, uitgezonderd "fiberglass-like/pulverulent" (zie "Andere")
* andere: hieronder vallen volgende cataracten:
  • 'punctate' (witte puntachtige vertroebelingen in de cortex of nucleus)
  • 'suture line tips' (duidelijk gedefinieerde witte kleine lineaire vertroebelingen aan het einde van de lijnen)
  • 'suture lines' (duidelijk gedefinieerde witte lijn of puntjes in de cortex die een (omgekeerde) Y vormen)
  • 'nucleaire ring' (delicate halfdoorzichtige onregelmatig gevormde min of meer cirkelvormige structuur in de nucleus)
  • 'fiberglass-like/pulverulent' (glasvezel- of kristalachtige vertroebelingen in de nucleus of verspreide fijne poederachtige korrels parallel aan de hechtdraadlijnen in de achterste nucleus)
* niet vrij: er is klinisch bewijs van niet congenitale cataract
* ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Collie eye anomaly (CEA) Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Collie eye anomaly (CEA)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Andere Choroïdale
hypoplasie
Niet
vrij
Onbeslist Vrij
Andere NEE NEE NEE NEE NEE
Choroïdale
hypoplasie
NEE VW NEE NEE VW
Niet
vrij
NEE NEE NEE NEE NEE
Onbeslist NEE NEE NEE NEE NEE
Vrij NEE VW NEE NEE OK

Hond: Collie eye anomaly - CEA


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van collie eye anomalie
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van collie eye anomalie, deze zijn echter onvoldoende specifiek
  • choroïdale hypoplasie: onderontwikkeling van het vaatvlies (choroid)
  • andere: coloboma, bloeding,…
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Corneadystrofie Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Corneadystrofie

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Niet
vrij
Vrij Verdacht
Niet
vrij
NEE NEE NEE
Vrij NEE OK VW
Verdacht NEE VW NEE

Hond: Corneadystrofie


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van corneadystrofie
  • verdacht: geringe afwijkingen, die mogelijk passen in het klinische beeld van corneadystrofie, voortschrijden
  • van het proces moet dit bevestigen
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van corneadystrofie
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Distichiasis / Ectopische cilia Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Distichiasis / Ectopische cilia

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Niet
vrij
Vrij Verdacht Ongetest
Niet
vrij
NEE VW NEE NEE
Vrij VW OK VW VW
Verdacht NEE VW NEE NEE
Ongetest NEE VW NEE NEE

Hond: Distichiasis / Ectopische cilia


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van distichiasis/ectopische cilia
  • verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van distichiasis/ectopische cilia, voortschrijden van
  • het proces moet dit bevestigen
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van distichiasis/ectopische cilia
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Ectropion / Macroblepharon Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Ectropion / Macroblepharon

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Niet
vrij
Vrij Verdacht Ongetest
Niet
vrij
NEE VW NEE NEE
Vrij VW OK VW VW
Verdacht NEE VW NEE NEE
Ongetest NEE VW NEE NEE

Hond: Ectropion / Macroblepharon


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van ectropion / macroblepharon.
  • verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van ectropion / macroblepharon. Voortschrijden van het proces moet dit bevestigen.
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van ectropion / macroblepharon.
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Entropion / Trichiasis Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Entropion / Trichiasis

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Niet
vrij
Vrij Verdacht Ongetest
Niet
vrij
NEE VW NEE NEE
Vrij VW OK VW VW
Verdacht NEE VW NEE NEE
Ongetest NEE VW NEE NEE

Hond: Entropion / Trichiasis


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van entropion/trichiasis
  • verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van entropion/trichiasis, voortschrijden van dit proces moet dit bevestigen
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van entropion/trichiasis
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Hypoplastische- / Micropapil Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Hypoplastische- / Micropapil

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Niet
vrij
Onbeslist Vrij
Niet
vrij
NEE NEE NEE
Onbeslist NEE NEE NEE
Vrij NEE NEE OK

Hond: Hypoplastische- / Micropapil


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van hypoplastische-/micropapil
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van hypoplastische-/micropapil,
  • deze zijn echter onvoldoende specifiek
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van hypoplastische-/micropapil
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Persisterende pupillaire membranen (PPM) Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Persisterende pupillaire membranen (PPM)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Andere Iris-iris
strengen
Niet
vrij
Onbeslist Vrij
Andere NEE NEE NEE NEE NEE
Iris-iris
strengen
NEE VW NEE NEE VW
Niet
vrij
NEE NEE NEE NEE NEE
Onbeslist NEE NEE NEE NEE NEE
Vrij NEE VW NEE NEE OK

Hond: Persisterende pupillaire membranen - PPM


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van persisterende pupillaire membranen
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van persisterende pupillaire
  • membranen, deze zijn echter onvoldoende specifiek
  • iris-iris strengen: overblijfselen van het pupillaire membraan, nog steeds duidelijk aanwezig na pupilverwijding,
  • vanaf de iris collarette. Strengen gaan van iris naar iris. Overblijfselen die niet duidelijk zichtbaar zijn op het
  • oppervlak/collarette van de iris (bij 10 x vergroting) na pupilverwijding, worden niet vermeld op het formulier
  • andere: overblijfselen van het pupillaire membraan, nog steeds duidelijk aanwezig na pupilverwijding, vanaf de
  • iris collarette. Hieronder vallen alle strengen die niet van iris naar iris gaan
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Persisterende Hyperplastische Tunica Vasculosa Lentis/Primair Vitreum (PHTVL/PHPV) Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Persisterende Hyperplastische Tunica Vasculosa Lentis/Primair Vitreum (PHTVL/PHPV)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Graad
2-6
Niet
vrij
Onbeslist Vrij Graad
1
Graad
2-6
NEE NEE NEE NEE NEE
Niet
vrij
NEE NEE NEE NEE NEE
Onbeslist NEE NEE NEE NEE NEE
Vrij NEE NEE NEE OK VW
Graad
1
NEE NEE NEE VW VW

Hond: PHTVL/PHPV


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van persisterende hyperplastische tunica vasculosa lentis/primair
  • vitreum
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van persisterende
  • hyperplastische tunica vasculosa lentis/primair vitreum, deze zijn echter onvoldoende specifiek
  • graad 1: kleine, geelbruine hyperplastische puntjes van vezelig weefsel die min of meer centraal op de
  • achterste lenscapsule achterblijven
  • graad 2-6: ernstige vormen (meestal bilateraal) die kunnen leiden tot visuele problemen, samen met de graad
  • 1 hyperplastische puntjes kan een plaque van wit fibrovasculair weefsel achterblijven, achterblijfsels van
  • andere delen van het hyaloïde systeem en ernstigere misvormingen van de lens (zoals lenticonus, pigment of
  • bloed in de lens of erachter, lenshypoplasie, sferofakie), verlengde ciliaire processen en/of microphthalmie
  • kunnen ook aanwezig zijn
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Primaire lens luxatie (PLL) Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Primaire lens luxatie (PLL)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Niet
vrij
Vrij Verdacht
Niet
vrij
NEE NEE NEE
Vrij NEE OK VW
Verdacht NEE VW NEE

Hond: Primaire lens luxatie - PLL


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van primaire lens luxatie
  • verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van primaire lens luxatie, voortschrijden van het
  • proces moet dit bevestigen
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van primaire lens luxatie
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Retinadegeneratie (PRA) Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Retinadegeneratie (PRA)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Niet
vrij
Vrij Verdacht
Niet
vrij
NEE NEE NEE
Vrij NEE OK VW
Verdacht NEE VW NEE

Hond: Retinadegeneratie - PRA


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van retinadegeneratie
  • verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van retinadegeneratie, voortschrijden van het
  • proces moet dit bevestigen
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van retinadegeneratie
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Retinadysplasie (RD) Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Retinadysplasie (RD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
(Multi)focaal Geografisch Niet
vrij
Onbeslist Totaal Vrij
(Multi)focaal VW VW NEE NEE NEE VW
Geografisch VW VW NEE NEE NEE VW
Niet
vrij
NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Onbeslist NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Totaal NEE NEE NEE NEE NEE NEE
Vrij VW VW NEE NEE NEE OK

Hond: Retinadysplasie - RD


  • vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van retinadysplasie
  • onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van retinadysplasie, deze zijn echter onvoldoende specifiek
  • (multi)focaal: lineaire (wormvormige), driehoekige, gebogen of boogvormige foci van retinale vouwing (enkel- of meervoudig)
  • geografisch: onregelmatige, hoefijzer- of blaasvormige gebieden van abnormale retinale ontwikkeling. Deze bevatten zowel gebieden van verdunning als focale netvliesloslating en gebieden van retinale desorganisatie totaal: ernstige retinale desorganisatie geassocieerd met totale retinaloslating, geassocieerd met gedeeltelijk of volledig gezichtsverlies
  • niet vrij: er is klinisch bewijs van retinadysplasie
  • ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd


Ernst oogaandoening Algemeen oogonderzoek 2 jaar geldig minimum 1 jaar

Onderzoek: Ernst oogaandoening

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Niet
ernstig
Ernstig
Niet
ernstig
OK NEE
Ernstig NEE NEE

Hond: Ernst oogaandoening

Bij het oogonderzoek kan worden aangeduid of er een ernstige oogaandoening aanwezig is.

Voor het fokadvies is dit enkel gunstig wanneer ernstig niet is aangevinkt bij beide ouderdieren.

Aanbevolen prestatieonderzoeken

Algemene onderzoeken

Test Methode Frequentie Leeftijd Overerving Advies Info Formulier
Congenitaal myasthenisch syndroom (CMS) COLQ: c.1010T>C DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Congenitaal myasthenisch syndroom (CMS)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Progressieve retina atrofie – cone-rod dystrophy 4 (cord1-PRA/crd4) RPGRIP1: c.142_143ins[A[29]; GGAAGCAACAGGATG DNA test Eenmalig vanaf geboorte autosomaal recessief

Onderzoek: Progressieve retina atrofie – cone-rod dystrophy 4 (cord1-PRA/crd4)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Vrij Drager Lijder Ongetest
Vrij OK OK OK OK
Drager OK NEE NEE NEE
Lijder OK NEE NEE NEE
Ongetest OK NEE NEE NEE

autosomaal recessief

  • vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
  • drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
  • lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
  • ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd

Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.

Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.

Schouderdysplasie (SD) RX Eenmalig minimum 1 jaar multifactorieel

Onderzoek: Schouderdysplasie (SD)

OK = positief VW = voorwaardelijk positief NEE = fokverbod

De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.

Ouder 1

Ouder 2 →
Graad
0
Graad
1
Graad
0
OK NEE
Graad
1
NEE NEE

Hond: Schouderdysplasie

  • graad 0: normaal schoudergewricht, geen schouderdysplasie
  • graad 1: aanwezigheid van schouderdysplasie
  • ongetest: er werd geen radiografie uitgevoerd

De graad van de sterkst aangetaste schouder dient als eindgraad voor het dier.

Voor in het buitenland geregistreerde honden levert een ongekend resultaat, gecombineerd met een ouderdier met graad 0, een voorwaardelijk positief fokadvies op.

Globaal advies

Doel van het fokprogramma

Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel honden uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de ras populatie te behouden. In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en honden die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.

Inteelt

Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.

De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.

Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een reu niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.

Sperma ingevroren vóór 01/01/2025 mag gebruikt worden voor inseminatie van een teef, op voorwaarde dat de teef de verplichte prestatieonderzoeken heeft ondergaan en hiervoor resultaten heeft waaruit een (voorwaardelijk) positief resultaat zou kunnen voortkomen. Voor DNA testen wordt het gebruik van diepvriessperma gelijkgesteld aan het gebruik van een ongeteste reu, uitgezonderd als de reu getest is voor of na het invriezen.

Onderzoeken

De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.

Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.

Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:

  • 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
  • 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
  • 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
  • Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten