Fokprogramma’s
Variëteiten
- Korthaar
- Langhaar
Fokprogramma
Doel van het fokprogramma
Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel honden uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de ras populatie te behouden. In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en honden die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.
Variëteiten
- Korthaar
- Langhaar
Rasfiche
Verplichte prestatieonderzoeken
| Methode: | MRI |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar |
| Methode: | DNA test (variant: SOD1: c.118G>A) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | Palpatie knieschijf |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar |
| Methode: | DNA test (variant: PRCD: XM_022422503.1:c.5G>A) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | DNA test (variant: RPGRIP1: c.142_143ins[A[29]; GGAAGCAACAGGATG) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | Auscultatie + indien hartruis (vanaf graad 1) echocardiografie |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar |
Aanbevolen prestatieonderzoeken
| Methode: | DNA test (variant: PMEL: SINE insertion (200-280 bp)) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Methode: | DNA test (variant: MFSD8 c.846del) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | DNA test (variant: VWF: c.7437G>A) |
|---|---|
| Frequentie: | Eenmalig |
| Leeftijd: | vanaf geboorte |
| Overerving: | autosomaal recessief |
| Methode: | Algemeen oogonderzoek |
|---|---|
| Frequentie: | 2 jaar geldig |
| Leeftijd: | minimum 1 jaar |
Fokadvies
Fokadvies per prestatieonderzoek
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Categorie 1 | Categorie 1 | Positief |
| Categorie 1 | Categorie 2 | Positief |
- categorie 1:
- de hond is <2,5 jaar oud op het moment van de screening en heeft geen CCD
- de hond is ≥2,5 jaar oud op het moment van de screening en heeft een CCD van <2 mm
- categorie 2:
- de hond is <2,5 jaar oud op het moment van de screening en heeft een CCD (ongeacht de grootte)
- de hond is ≥2,5 jaar oud op het moment van de screening en heeft een CCD ≥2 mm
- categorie 3: de hond heeft klinische symptomen
- ongetest: er werd geen MRI uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Drager | Positief |
| Vrij | Lijder | Positief |
| Vrij | Ongetest | Positief |
- vrij: het dier heeft 2 normale gen kopijen. Het wordt beschouwd als "vrij" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant, vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen
- drager: het dier heeft 1 normale en 1 variante ("aangetaste") gen kopij. Het wordt beschouwd als "drager" en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen
- lijder: het dier heeft 2 variante ("aangetaste") gen kopijen. Het wordt beschouwd als "lijder" en zal symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen
- ongetest: er werd geen DNA test uitgevoerd
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is.
Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel.
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| 0 | 0 | Positief |
| 0 | 1 | Positief |
| 0 | 2 | Positief |
| 1 | 1 | Positief |
| 1 | 2 | Voorwaardelijk positief |
| 2 | 2 | Voorwaardelijk positief |
- graad 0: geen luxatie
- graad 1: patella kan handmatig worden geluxeerd, maar keert terug naar de normale positie wanneer deze wordt losgelaten
- graad 2: patella luxeert bij knieflexie of bij manuele manipulatie en keert enkel terug naar de normale positie na knie-extensie of manuele terugplaatsing
- graad 3: Patella is voortdurend geluxeerd en kan handmatig worden teruggeplaatst, maar zal opnieuw spontaan luxeren wanneer de handmatige druk wordt verwijderd.
- graad 4: Patella is voortdurend geluxeerd en kan niet handmatig worden teruggeplaatst
- ongetest: er werd geen radiografie uitgevoerd
De graad van de sterkst aangetaste knie dient als de eindgraad voor het dier.
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| 0 | 0 | Positief |
- graad 0: geen hartruis.
- graad 1: zeer zacht gelokaliseerd hartruis dat alleen kan gehoord worden na zorgvuldig ausculteren gedurende enkele minuten in een stille ruimte.
- graad 2: zacht hartruis dat makkelijk hoorbaar is na enkele seconden.
- graad 3: matig hartruis dat onmiddellijk hoorbaar bij auscultatie.
- graad 4: luid hartruis dat niet voelbaar is bij palpatie van de thorax.
- graad 5: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax.
- graad 6: luid hartruis dat voelbaar is bij palpatie van de thorax en dat nog hoorbaar is wanneer de stethoscoop van de thorax wordt verwijderd.
Indien er een hartruis wordt vastgesteld bij één van beide ouderdieren, moet een echocardiografie worden uitgevoerd.
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
- vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen PDA gezien op de echocardiografie
- aanwezig: de aanwezigheid van een PDA werd bevestigd door middel van echocardiografie
- ongetest: de aanwezigheid van een PDA werd niet onderzocht
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | mild | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | matig | Voorwaardelijk positief |
| mild | mild | Voorwaardelijk positief |
- vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen PS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
- mild (graad 1): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmHg
- matig (graad 2): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
- ernstig (graad 3): de echocardiografie onthulde PS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmHg
- ongetest: de aanwezigheid van PS werd niet onderzocht
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | mild | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | matig | Voorwaardelijk positief |
| mild | mild | Voorwaardelijk positief |
- vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen SAS (er werd een drukgradiënt gemeten van < 20 mmHg)
- mild: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 20 - 49 mmH
- matig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van 50 - 80 mmHg
- ernstig: de echocardiografie onthulde SAS en er werd een drukgradiënt gemeten van >80 mmH
- ongetest: de aanwezigheid van SAS werd niet onderzocht
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Verdacht | Voorwaardelijk positief |
- vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of de echocardiografie onthulde geen tricuspidalisklepdysplasie
- verdacht: er zijn tekenen zichtbaar op de echocardiografie die mogelijks wijzen op tricuspidalisklepdysplasie
- aanwezig: er zijn duidelijke tekenen van tricuspidalisklepdysplasie zichtbaar op de echocardiografie
- ongetest: tricuspidalisklepdysplasie werd niet onderzocht
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
- vrij: er werd geen bijgeruis gehoord en/of er werd geen VSD gezien op de echocardiografie
- aanwezig: de aanwezigheid van een VSD werd bevestigd door middel van echocardiografie
- ongetest: de aanwezigheid van een VSD werd niet onderzocht
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| vrij (geen merle allel) | vrij (geen merle allel) | Positief |
| vrij (geen merle allel) | merle (1 merle allel) | Positief |
| vrij (geen merle allel) | double merle (2 merle allelen) | Positief |
| vrij (geen merle allel) | Ongetest | Positief |
- vrij (Wt/Wt): Het dier heeft 2 normale genkopieën. Het wordt beschouwd als vrij en zal geen symptomen ontwikkelen ten gevolge van de onderzochte variant. Vrije dieren kunnen de variant niet doorgeven aan hun nakomelingen.
- merle (Wt/Vt): Het dier heeft 1 normale en 1 variante genkopie. Het wordt beschouwd als drager. Dragers hebben 50% kans om de variant door te geven aan hun nakomelingen.
- double merle (Vt/Vt): Het dier heeft 2 variante genkopieën. Het wordt beschouwd als lijder. Lijders geven de variant door aan al hun nakomelingen.
- ongetest: Er werd geen DNA-test uitgevoerd.
Dit vachtpatroon wordt veroorzaakt door een insertie in het DNA. De lengte van die insertie varieert van 200 tot 280 basenparen. Afhankelijk van de lengte van de insertie zijn er verschillende allelen of genvarianten:
- m: niet-merle
- Mc: cryptische merle
- Mc+: cryptische merle +
- Ma: atypische merle
- Ma+: atypische merle +
- M: klassieke merle
- Mh: harlequin merle
Ongeacht de lengte van het merle-allel hebben honden met 2 merle-allelen, dit wordt ook double merle genoemd, een verhoogd risico op oog- en oorproblemen. Zij kunnen blind en/of doof zijn.
Om deze reden wordt het fokadvies van deze eigenschap gelijkgetrokken met een autosomaal recessieve aandoening.
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van congenitale cataract
- onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van congenitale cataract, deze
- zijn echter onvoldoende specifiek
- niet vrij: er is klinisch bewijs van congenitale cataract
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Andere | Andere | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | Andere | Voorwaardelijk positief |
* verdacht: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van niet congenitale cataract, deze zijn echter onvoldoende specifiek
* corticaal: elke vertroebeling in de voorste en/of achterste cortex, één- of tweezijdig (posterieure polaire cataract valt hier NIET onder)
* posterieur polair: dit is een subtype van de corticale cataract: een driehoekige (soms schijfvormige) plaque in de centrale achterste cortex. Soms grenst er een kleinere satellietrozetlaesie aan de centrale vertroebeling. Indien het gaat om een progressieve cataract, zijn er witte vertroebelingen in de achterste cortex
* nucleair: elke witte vertroebeling in de kern, uitgezonderd "fiberglass-like/pulverulent" (zie "Andere")
* andere: hieronder vallen volgende cataracten:
- 'punctate' (witte puntachtige vertroebelingen in de cortex of nucleus)
- 'suture line tips' (duidelijk gedefinieerde witte kleine lineaire vertroebelingen aan het einde van de lijnen)
- 'suture lines' (duidelijk gedefinieerde witte lijn of puntjes in de cortex die een (omgekeerde) Y vormen)
- 'nucleaire ring' (delicate halfdoorzichtige onregelmatig gevormde min of meer cirkelvormige structuur in de nucleus)
- 'fiberglass-like/pulverulent' (glasvezel- of kristalachtige vertroebelingen in de nucleus of verspreide fijne poederachtige korrels parallel aan de hechtdraadlijnen in de achterste nucleus)
* ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Choroïdale hypoplasie | Choroïdale hypoplasie | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | Choroïdale hypoplasie | Voorwaardelijk positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van collie eye anomalie
- onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van collie eye anomalie, deze zijn echter onvoldoende specifiek
- choroïdale hypoplasie: onderontwikkeling van het vaatvlies (choroid)
- andere: coloboma, bloeding,…
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Verdacht | Voorwaardelijk positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van corneadystrofie
- verdacht: geringe afwijkingen, die mogelijk passen in het klinische beeld van corneadystrofie, voortschrijden
- van het proces moet dit bevestigen
- niet vrij: er is klinisch bewijs van corneadystrofie
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Niet vrij | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | Verdacht | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | Ongetest | Voorwaardelijk positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van distichiasis/ectopische cilia
- verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van distichiasis/ectopische cilia, voortschrijden van
- het proces moet dit bevestigen
- niet vrij: er is klinisch bewijs van distichiasis/ectopische cilia
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Niet vrij | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | Verdacht | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | Ongetest | Voorwaardelijk positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van ectropion / macroblepharon.
- verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van ectropion / macroblepharon. Voortschrijden van het proces moet dit bevestigen.
- niet vrij: er is klinisch bewijs van ectropion / macroblepharon.
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Niet vrij | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | Verdacht | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | Ongetest | Voorwaardelijk positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van entropion/trichiasis
- verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van entropion/trichiasis, voortschrijden van dit proces moet dit bevestigen
- niet vrij: er is klinisch bewijs van entropion/trichiasis
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van hypoplastische-/micropapil
- onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van hypoplastische-/micropapil,
- deze zijn echter onvoldoende specifiek
- niet vrij: er is klinisch bewijs van hypoplastische-/micropapil
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Iris-iris strengen | Iris-iris strengen | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | Iris-iris strengen | Voorwaardelijk positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van persisterende pupillaire membranen
- onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van persisterende pupillaire
- membranen, deze zijn echter onvoldoende specifiek
- iris-iris strengen: overblijfselen van het pupillaire membraan, nog steeds duidelijk aanwezig na pupilverwijding,
- vanaf de iris collarette. Strengen gaan van iris naar iris. Overblijfselen die niet duidelijk zichtbaar zijn op het
- oppervlak/collarette van de iris (bij 10 x vergroting) na pupilverwijding, worden niet vermeld op het formulier
- andere: overblijfselen van het pupillaire membraan, nog steeds duidelijk aanwezig na pupilverwijding, vanaf de
- iris collarette. Hieronder vallen alle strengen die niet van iris naar iris gaan
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Graad 1 | Voorwaardelijk positief |
| Graad 1 | Graad 1 | Voorwaardelijk positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van persisterende hyperplastische tunica vasculosa lentis/primair
- vitreum
- onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van persisterende
- hyperplastische tunica vasculosa lentis/primair vitreum, deze zijn echter onvoldoende specifiek
- graad 1: kleine, geelbruine hyperplastische puntjes van vezelig weefsel die min of meer centraal op de
- achterste lenscapsule achterblijven
- graad 2-6: ernstige vormen (meestal bilateraal) die kunnen leiden tot visuele problemen, samen met de graad
- 1 hyperplastische puntjes kan een plaque van wit fibrovasculair weefsel achterblijven, achterblijfsels van
- andere delen van het hyaloïde systeem en ernstigere misvormingen van de lens (zoals lenticonus, pigment of
- bloed in de lens of erachter, lenshypoplasie, sferofakie), verlengde ciliaire processen en/of microphthalmie
- kunnen ook aanwezig zijn
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Verdacht | Voorwaardelijk positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van primaire lens luxatie
- verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van primaire lens luxatie, voortschrijden van het
- proces moet dit bevestigen
- niet vrij: er is klinisch bewijs van primaire lens luxatie
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| Vrij | Verdacht | Voorwaardelijk positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van retinadegeneratie
- verdacht: geringe afwijkingen passend in het klinische beeld van retinadegeneratie, voortschrijden van het
- proces moet dit bevestigen
- niet vrij: er is klinisch bewijs van retinadegeneratie
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Vrij | Vrij | Positief |
| (Multi)focaal | (Multi)focaal | Voorwaardelijk positief |
| (Multi)focaal | Geografisch | Voorwaardelijk positief |
| Geografisch | Geografisch | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | (Multi)focaal | Voorwaardelijk positief |
| Vrij | Geografisch | Voorwaardelijk positief |
- vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van retinadysplasie
- onbeslist: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van retinadysplasie, deze zijn echter onvoldoende specifiek
- (multi)focaal: lineaire (wormvormige), driehoekige, gebogen of boogvormige foci van retinale vouwing (enkel- of meervoudig)
- geografisch: onregelmatige, hoefijzer- of blaasvormige gebieden van abnormale retinale ontwikkeling. Deze bevatten zowel gebieden van verdunning als focale netvliesloslating en gebieden van retinale desorganisatie totaal: ernstige retinale desorganisatie geassocieerd met totale retinaloslating, geassocieerd met gedeeltelijk of volledig gezichtsverlies
- niet vrij: er is klinisch bewijs van retinadysplasie
- ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd
| Resultaat ouderdier 1 | Resultaat ouderdier 2 | Fokadvies |
|---|---|---|
| Niet ernstig | Niet ernstig | Positief |
Bij het oogonderzoek kan worden aangeduid of er een ernstige oogaandoening aanwezig is.
Voor het fokadvies is dit enkel gunstig wanneer ernstig niet is aangevinkt bij beide ouderdieren.
Globaal fokadvies
Inteelt
Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.
De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.
Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een reu niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.
Sperma ingevroren vóór 01/01/2025 mag gebruikt worden voor inseminatie van een teef, op voorwaarde dat de teef de verplichte prestatieonderzoeken heeft ondergaan en hiervoor resultaten heeft waaruit een (voorwaardelijk) positief resultaat zou kunnen voortkomen. Voor DNA testen wordt het gebruik van diepvriessperma gelijkgesteld aan het gebruik van een ongeteste reu, uitgezonderd als de reu getest is voor of na het invriezen.
Onderzoeken
De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.
Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.
Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:
- 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
- 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
- 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
- Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten
Boas
Boas is een erfelijke aandoening. Het is belangrijk dat fokkers van zich bewust zijn van deze problematiek en maatregelen nemen om de gezondheid van hun fokdieren te waarborgen. Op dit moment is er geen algemeen erkende wetenschappelijke test beschikbaar die door dierenartsen kan worden uitgevoerd. Het is van belang om voldoende gegevens te verzamelen, zodat na enkele jaren de nodige maatregelen genomen kunnen worden.
De fokkers die deelnemen aan het fokprogramma verplichten zich om mee te werken aan de onderzoeken die worden uitgevoerd in het kader van het project Breeding Healthy Pets. Ondertussen zullen honden met ernstige ademhalingsproblemen, te korte stop en nauwe neusgaten (stenotische neusgaten), gediagnosticeerd door de dierenarts, niet worden ingezet voor de fok, om te voorkomen dat deze aandoening wordt doorgegeven aan toekomstige generaties.
Verplichte prestatieonderzoeken
Algemene onderzoeken
| Test | Methode | Frequentie | Leeftijd | Overerving | Advies | Info | Formulier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Chiari like malformatie en syringomyelie (SM) | MRI | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Chiari like malformatie en syringomyelie (SM)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Chiari like malformatie en syringomyelie
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Degeneratieve myelopathie (DM) SOD1: c.118G>A | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Degeneratieve myelopathie (DM)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Patellaluxatie (PT) | Palpatie knieschijf | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Patellaluxatie (PT)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Patellaluxatie
De graad van de sterkst aangetaste knie dient als de eindgraad voor het dier. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Progressieve retina atrofie – progressive rod-cone degeneration (Prcd-PRA) PRCD: XM_022422503.1:c.5G>A | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Progressieve retina atrofie – progressive rod-cone degeneration (Prcd-PRA)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Progressieve retina atrofie – cone-rod dystrophy 4 (cord1-PRA/crd4) RPGRIP1: c.142_143ins[A[29]; GGAAGCAACAGGATG | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Progressieve retina atrofie – cone-rod dystrophy 4 (cord1-PRA/crd4)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hartonderzoeken Indien hartruis (vanaf graad 1) is echocardiografie verplicht
| Test | Methode | Frequentie | Leeftijd | Overerving | Advies | Info | Formulier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie) | Auscultatie + indien hartruis (vanaf graad 1) echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Aangeboren hartaandoeningen (auscultatie)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Aangeboren hartaandoeningen
Indien er een hartruis wordt vastgesteld bij één van beide ouderdieren, moet een echocardiografie worden uitgevoerd. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Persisterende ductus arteriosus (PDA) | Echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Persisterende ductus arteriosus (PDA)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Persisterende ductus arteriosus
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Pulmonalisstenose (PS) | Echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Pulmonalisstenose (PS)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Pulmonalisstenose
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| (Sub)aortastenose (SAS) | Echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: (Sub)aortastenose (SAS)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: (Sub)aortastenose
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Tricuspidalisklepdysplasie (TD) | Echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Tricuspidalisklepdysplasie (TD)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Tricuspidalisklepdysplasie
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Ventrikel septum defect (VSD) | Echocardiografie | Eenmalig | minimum 1 jaar | multifactorieel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Ventrikel septum defect (VSD)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Ventrikel septum defect
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Aanbevolen prestatieonderzoeken
Algemene onderzoeken
| Test | Methode | Frequentie | Leeftijd | Overerving | Advies | Info | Formulier | |||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Merle Kleurentest (PMEL) PMEL: SINE insertion (200-280 bp) | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | multifactorieel | ||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Merle Kleurentest (PMEL)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Merle Kleurentest
Dit vachtpatroon wordt veroorzaakt door een insertie in het DNA. De lengte van die insertie varieert van 200 tot 280 basenparen. Afhankelijk van de lengte van de insertie zijn er verschillende allelen of genvarianten:
Ongeacht de lengte van het merle-allel hebben honden met 2 merle-allelen, dit wordt ook double merle genoemd, een verhoogd risico op oog- en oorproblemen. Zij kunnen blind en/of doof zijn. Om deze reden wordt het fokadvies van deze eigenschap gelijkgetrokken met een autosomaal recessieve aandoening. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| Neuronal Ceroïd lipofuscinose 7 (NCL7) MFSD8 c.846del | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | ||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Neuronal Ceroïd lipofuscinose 7 (NCL7)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
| von-Willebrand ziekte type 1 (VWF1) VWF: c.7437G>A | DNA test | Eenmalig | vanaf geboorte | autosomaal recessief | ||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: von-Willebrand ziekte type 1 (VWF1)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
autosomaal recessief
Lijders van autosomaal recessieve aandoeningen mogen enkel ingezet worden indien het welzijn van het dier en de nakomelingen verzekerd is. Vrij door afstamming: wanneer beide ouders van een fokdier aan de hand van DNA vrij getest zijn voor een aangetast of afwijkend allel en via ouderschapsverificatie is aangetoond dat ze de ouders zijn, hoeft het fokdier niet opnieuw te worden getest, maar mag ervan uitgegaan worden dat het fokdier eveneens vrij is van het desbetreffende aangetaste of afwijkende allel. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
Oogonderzoeken
| Test | Methode | Frequentie | Leeftijd | Overerving | Advies | Info | Formulier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Cataract (congenitaal) | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Cataract (congenitaal)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Cataract congenitaal
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Cataract (niet congenitaal) | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Cataract (niet congenitaal)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Cataract niet congenitaal* vrij: het dier vertoont geen verschijnselen van niet congenitale cataract* verdacht: zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van niet congenitale cataract, deze zijn echter onvoldoende specifiek * corticaal: elke vertroebeling in de voorste en/of achterste cortex, één- of tweezijdig (posterieure polaire cataract valt hier NIET onder) * posterieur polair: dit is een subtype van de corticale cataract: een driehoekige (soms schijfvormige) plaque in de centrale achterste cortex. Soms grenst er een kleinere satellietrozetlaesie aan de centrale vertroebeling. Indien het gaat om een progressieve cataract, zijn er witte vertroebelingen in de achterste cortex * nucleair: elke witte vertroebeling in de kern, uitgezonderd "fiberglass-like/pulverulent" (zie "Andere") * andere: hieronder vallen volgende cataracten:
* ongetest: er werd geen oogonderzoek uitgevoerd |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Collie eye anomaly (CEA) | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Collie eye anomaly (CEA)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Collie eye anomaly - CEA
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Corneadystrofie | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Corneadystrofie
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Corneadystrofie
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Distichiasis / Ectopische cilia | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Distichiasis / Ectopische cilia
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Distichiasis / Ectopische cilia
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Ectropion / Macroblepharon | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Ectropion / Macroblepharon
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Ectropion / Macroblepharon
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Entropion / Trichiasis | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Entropion / Trichiasis
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Entropion / Trichiasis
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Hypoplastische- / Micropapil | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Hypoplastische- / Micropapil
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Hypoplastische- / Micropapil
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Persisterende pupillaire membranen (PPM) | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Persisterende pupillaire membranen (PPM)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Persisterende pupillaire membranen - PPM
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Persisterende Hyperplastische Tunica Vasculosa Lentis/Primair Vitreum (PHTVL/PHPV) | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Persisterende Hyperplastische Tunica Vasculosa Lentis/Primair Vitreum (PHTVL/PHPV)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: PHTVL/PHPV
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Primaire lens luxatie (PLL) | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Primaire lens luxatie (PLL)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Primaire lens luxatie - PLL
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Retinadegeneratie (PRA) | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Retinadegeneratie (PRA)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Retinadegeneratie - PRA
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Retinadysplasie (RD) | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Retinadysplasie (RD)
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Retinadysplasie - RD
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Ernst oogaandoening | Algemeen oogonderzoek | 2 jaar geldig | minimum 1 jaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoek: Ernst oogaandoening
OK = positief
VW = voorwaardelijk positief
NEE = fokverbod
De tabel toont het advies op basis van de combinatie van het resultaat van ouder 1 en ouder 2.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hond: Ernst oogaandoeningBij het oogonderzoek kan worden aangeduid of er een ernstige oogaandoening aanwezig is. Voor het fokadvies is dit enkel gunstig wanneer ernstig niet is aangevinkt bij beide ouderdieren. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Globaal advies
Doel van het fokprogramma
Het fokprogramma is gericht op het verminderen van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen, zonder daarbij te veel honden uit te sluiten, om de genetische diversiteit binnen de ras populatie te behouden. In plaats van systematisch dieren uit te sluiten, hebben we een fokadvies opgesteld dat gebaseerd is op doordachte combinaties. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de fysieke gezondheid van de dieren, en honden die lijden aan één van deze aandoeningen worden uitgesloten voor de voortplanting.
Inteelt
Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon of haar kleinzoon.
De inteeltcoëfficiënt (COI) van een nakomeling mag maximum 1% hoger zijn dan de gemiddelde COI van beide ouders berekend op minimum 3 generaties. Zijn er minder dan 3 generaties van de ouders gekend, dan is de combinatie enkel toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs zowel vaders- als moederskant. Alle fokadviezen voor de verplichte testen moeten dan positief zijn.
Om te voorkomen dat ziekte veroorzakende mutaties zich te veel verspreiden binnen het ras of de populatie, is het essentieel om een reu niet te vaak te laten dekken. Zo beperken we de verspreiding van schadelijke genetische varianten en dragen we bij aan het behoud van de gezondheid van het ras op lange termijn.
Sperma ingevroren vóór 01/01/2025 mag gebruikt worden voor inseminatie van een teef, op voorwaarde dat de teef de verplichte prestatieonderzoeken heeft ondergaan en hiervoor resultaten heeft waaruit een (voorwaardelijk) positief resultaat zou kunnen voortkomen. Voor DNA testen wordt het gebruik van diepvriessperma gelijkgesteld aan het gebruik van een ongeteste reu, uitgezonderd als de reu getest is voor of na het invriezen.
Onderzoeken
De verplichte onderzoeken moeten uitgevoerd worden. Zodra één of meer van deze uitslagen een "fokverbod" is, mag deze combinatie niet uitgevoerd worden.
Bij een DNA-test is alleen "positief" of "fokverbod" advies mogelijk. Bij bepaalde onderzoeken is ook een voorwaardelijk positief fokadvies mogelijk. Voorwaardelijk positief fokadvies betekent dat dit geen ideale paring is op basis van deze test, maar dat de paring wel is toegestaan. Dergelijke combinaties worden toegestaan om de genetische diversiteit van een ras niet in het gedrang te brengen.
Afhankelijk van het aantal klinische onderzoeken waaruit een voorwaardelijk positief fokadvies kan komen, wordt er een maximum aantal voorwaardelijk positieve uitslagen toegelaten:
- 1-2 onderzoeken: max 1 keer voorwaardelijk positief
- 3-4 onderzoeken: max 2 keer voorwaardelijk positief
- 5 of meer onderzoeken: max 3 keer voorwaardelijk positief
- Oogaandoeningen worden hierbij buiten beschouwing gelaten
Boas
Boas is een erfelijke aandoening. Het is belangrijk dat fokkers van zich bewust zijn van deze problematiek en maatregelen nemen om de gezondheid van hun fokdieren te waarborgen. Op dit moment is er geen algemeen erkende wetenschappelijke test beschikbaar die door dierenartsen kan worden uitgevoerd. Het is van belang om voldoende gegevens te verzamelen, zodat na enkele jaren de nodige maatregelen genomen kunnen worden.
De fokkers die deelnemen aan het fokprogramma verplichten zich om mee te werken aan de onderzoeken die worden uitgevoerd in het kader van het project Breeding Healthy Pets. Ondertussen zullen honden met ernstige ademhalingsproblemen, te korte stop en nauwe neusgaten (stenotische neusgaten), gediagnosticeerd door de dierenarts, niet worden ingezet voor de fok, om te voorkomen dat deze aandoening wordt doorgegeven aan toekomstige generaties.